Eric Schmidt over de AI-revolutie: “Dit is het grootste dat de mensheid in 500 jaar is overkomen”

Eric Schmidt over de AI-revolutie: “Dit is het grootste dat de mensheid in 500 jaar is overkomen”
In een meeslepend gesprek met Bilawal Sidhu tijdens TED, reflecteert voormalig Google CEO Eric Schmidt op het scharniermoment waarin kunstmatige intelligentie zich bevindt. Schmidt spreekt met verbazing, urgentie en voorzichtig optimisme over de ongekende veranderingen die AI met zich meebrengt – op technologisch, economisch én geopolitiek niveau.
Het moment dat alles veranderde
Volgens Schmidt begon het besef in 2016, toen AlphaGo, een AI-systeem van DeepMind, tijdens een potje van het eeuwenoude bordspel Go een zet maakte die geen mens ooit eerder had bedacht. “Dat was het moment dat de aarde bewoog, maar niet iedereen merkte het,” zegt hij. “We begrepen toen al dat deze algoritmes iets nieuws en krachtigs waren.”
AI wordt nog steeds onderschat
Hoewel ChatGPT voor velen het eerste tastbare moment was waarop AI indruk maakte, is Schmidt van mening dat AI “ondergewaardeerd” is. “De systemen die nu via reinforcement learning plannen maken, zijn veel krachtiger dan velen beseffen,” zegt hij. Hij noemt modellen zoals OpenAI’s GPT-4o en DeepSeek R1 als voorbeelden van AIs die complexe taken kunnen uitvoeren, leren tijdens het plannen, en zelfs strategisch denken benaderen.
De grenzen van schaalbaarheid en energie
Toch zijn er stevige obstakels. De enorme hoeveelheid rekenkracht die moderne AI vereist, brengt ons dicht bij een fysieke limiet. “We hebben in de VS 90 gigawatt extra stroom nodig. Dat zijn 90 kerncentrales, en we bouwen er momenteel nul.” Hij waarschuwt dat zonder grootschalige investeringen in energie-infrastructuur, AI-ontwikkeling zal stagneren.
De geopolitieke wedloop tussen de VS en China
Een belangrijk thema is de rivaliteit tussen de VS en China. Schmidt waarschuwt voor de risico’s van open-source AI: “Als een gevaarlijk model in handen valt van kwaadwillenden, kan dat catastrofaal zijn.” Tegelijk erkent hij dat open innovatie essentieel is geweest voor de vooruitgang tot nu toe. “Het is een ethisch dilemma zonder eenvoudig antwoord.” AI-systemen die autonoom kunnen handelen (agentic AI), roepen zorgen op. Schmidt stelt dat er harde grenzen moeten komen: “Zodra een AI zichzelf begint te verbeteren of zelf wil repliceren, moeten we kunnen ingrijpen.” Hij noemt het belang van ‘provenance’ – de mogelijkheid om te volgen wat een systeem doet – als essentieel. Toch gelooft hij niet in het volledig stoppen van ontwikkeling, zoals Yoshua Bengio voorstelt: “In een competitieve wereldmarkt werkt dat gewoon niet.”
Dromen: een overvloedige toekomst
Ondanks alle zorgen is Schmidt niet pessimistisch. Integendeel. Hij droomt van een toekomst waarin AI alle ziektes oplost, elk kind een persoonlijke leraar heeft, en medische zorg overal beschikbaar is. “De aankomst van deze intelligentie is het belangrijkste wat de mensheid in 500 of zelfs 1.000 jaar is overkomen,” zegt hij. “En het gebeurt in onze levens. Dus verpest het niet.”
Wat gaan mensen doen als AI alles overneemt?
Op de vraag of we allemaal straks cocktaildrinkend op het strand liggen, antwoordt Schmidt gevat: “We gaan heus niet van politici of advocaten afkomen. Ze worden alleen beter uitgerust.” Zijn grotere zorg: er worden te weinig kinderen geboren om een vergrijzende wereldbevolking te ondersteunen. AI zal volgens hem nodig zijn om de productiviteit van werkenden exponentieel te verhogen.
Schmidt sluit af met een oproep:
Dit is geen sprint, maar een marathon. Maar wel een marathon die elke dag versnelt.
Voor iedereen, van kunstenaars tot ondernemers, is zijn boodschap helder: omarm AI, of je wordt irrelevant.
