Onderzoek: ‘Nederlanders zitten het meest van alle Europeanen’
Uit onderzoek blijkt dat Nederlandse werknemers gemiddeld 8,9 uur per werkdag zittend doorbrengen, meer dan in elk ander Europees land.
Die zitduur bestaat uit:
-
4,5 uur tijdens werktijd,
-
1,1 uur tijdens woon-werkverkeer (exclusief fietsen),
-
3,3 uur in de vrije tijd.
Vergeleken met vijf jaar geleden is er nauwelijks verandering: in 2019 was dit gemiddeld 8,6 uur per dag
Wie zit het meest?
Medewerkers in ICT en administratieve functies zitten gemiddeld zo’n 7 uur per werkdag, terwijl kelners, schoonmakers en barpersoneel maar ongeveer 1 uur zitten. Thuiswerkers brengen aanzienlijk meer tijd zittend door (6,3 uur) dan werknemers op locatie (3 uur). Ook wie dagelijks minimaal 6 uur achter een beeldscherm zit, komt uit op gemiddeld 6,8 uur per werkdag.
Gezondheidsrisico’s
Volgens onderzoekers is het zitgedrag diep geworteld in onze cultuur: we vinden zitten vanzelfsprekend en onze omgeving is ingericht op gemak, zoals liften en online boodschappen.
Te veel zitten vergroot het risico op hart- en vaatziekten, diabetes type 2, bepaalde vormen van kanker en vroegtijdig overlijden. Zelfs regelmatig sporten kan de negatieve effecten niet volledig compenseren.
Wat kun je doen?
Het advies is om zitten regelmatig te doorbreken, het liefst elk half uur even op te staan. Kleine gewoontes kunnen al helpen: de trap nemen, telefoneren tijdens een wandeling, wandelend vergaderen of een lunchwandeling maken.
Ook werkgevers kunnen bijdragen, bijvoorbeeld door zit-sta-bureaus beschikbaar te stellen, printers en koffieautomaten verder weg te plaatsen en zelf het goede voorbeeld te geven. Zo wordt bewegen normaler en wordt zitten minder vanzelfsprekend.
Kleine aanpassingen kunnen al een groot verschil maken:
-
vaker de trap nemen,
-
tijdens telefoontjes een wandeling maken,
-
wandelend vergaderen of wandelen tijdens de lunchpauze.
Werkgevers kunnen ook helpen door bijvoorbeeld:
-
de printer of het koffieapparaat op afstand te plaatsen,
-
zit-sta-bureaus aan te bieden,
-
zelf het voorbeeld te geven — zo wordt bewegen de norm en zitten minder vanzelfsprekend



