Meta wint rechtszaak gebruik auteursrechtelijk beschermde content voor AI-training

Meta wint de zaak.
Een van de belangrijkste – maar minder opvallende – aspecten van de opkomst van generatieve AI is de juridische discussie rond auteursrechten. Mag je bijvoorbeeld auteursrecht claimen op iets dat door AI is gegenereerd? En maken AI-bedrijven zich schuldig aan het “stelen” van het werk van kunstenaars? Het probleem is dat het huidige auteursrecht nog niet is toegespitst op AI. Daardoor bewegen rechtszaken over dit onderwerp zich in een grijs gebied. Eind juni 2025 heeft Meta een belangrijke overwinning geboekt. Een federale rechter oordeelde dat Meta geen auteursrechten heeft geschonden bij het trainen van zijn AI-modellen op basis van originele werken.
De zaak werd aangespannen in 2023 door onder andere komiek en auteur Sarah Silverman. Zij en andere auteurs stelden dat Meta en OpenAI hun boeken zonder toestemming hadden gebruikt, en zelfs metadata over het auteursrecht zouden hebben verwijderd. De auteurs beweerden dat de AI-systemen hun werk in opvallend nauwkeurige vorm konden reproduceren.
Rechter Vince Chhabria oordeelde echter dat Meta’s gebruik “transformatief” was. Het doel van de auteurs was educatie of vermaak; Meta gebruikte de teksten om een taalmodel te trainen – een gereedschap dat gebruikt wordt voor uiteenlopende toepassingen zoals vertalingen, e-mailhulp en creatieve teksten. Volgens de rechter valt dit gebruik onder “fair use”, omdat het materiaal niet werd gebruikt om een concurrerend product te maken. De rechtbank stelde wel dat er geen bewijs was dat Meta’s AI daadwerkelijk schade had toegebracht aan de marktpositie van de boeken. Zo meldt SocialMediaToday:
Essentially, existing copyright laws were not designed with AI generation in mind, and we don’t have any established precedents on the specifics of what should and should not be allowed in model training. Maybe, for example, in future, AI models will be required to get explicit copyright-holder permission, or limit the use of prompts that lead to replication, or maybe AI providers will have to provide details of user prompts in legal filings to enforce copyright in certain cases.
Toch gaf de rechter ook een waarschuwing: in toekomstige zaken, waar wél bewijs is van marktvervalsing of directe kopieën, zouden AI-bedrijven zoals Meta kunnen verliezen. Deze uitspraak biedt dus geen vrijbrief. De kern van het debat draait om het begrip “fair use” – een regel die normaal gesproken bedoeld is voor bijvoorbeeld journalistiek of academisch gebruik. De vraag is of het trainen van AI daar ook onder valt. Vooralsnog wel, aldus de rechter, zolang er geen duidelijke schade is aangetoond.
Tegelijkertijd kunnen AI-gebruikers zelf geen auteursrecht claimen op door AI gegenereerde inhoud, wat weer een andere juridische complicatie oplevert.
Een bijkomend punt in deze en soortgelijke zaken is hoe bedrijven als Meta of Anthropic aan het auteursrechtelijk beschermde trainingsmateriaal zijn gekomen. Sommige aanklagers beweren dat die via het dark web zijn verkregen, maar dat is tot op heden niet bewezen. Kortom: dit oordeel bevestigt dat generatieve AI voorlopig legaal getraind mag worden op publiek toegankelijke content, zolang die niet letterlijk wordt gekopieerd of marktschade veroorzaakt. Maar toekomstige rechtszaken – zeker bij duidelijkere schade of kopieën – kunnen tot andere uitkomsten leiden. De juridische kaders rond AI en auteursrecht zijn nog lang niet uitgekristalliseerd.

