AI-content uit de schaduw: nieuwe Europese regels veranderen marketing en eventcommunicatie

AI-beelden voor een campagne, een synthetische voice-over voor een evenement of een chatbot die bezoekers te woord staat: generatieve AI is inmiddels een normaal onderdeel van marketing en communicatie. Maar sinds 2 augustus 2026 gelden in Europa nieuwe transparantieverplichtingen. Organisaties moeten in verschillende situaties duidelijker maken wanneer mensen met AI te maken hebben of wanneer beeld, geluid, video en bepaalde teksten kunstmatig zijn gegenereerd of gemanipuleerd.

Voor marketeers, communicatieprofessionals en eventorganisatoren betekent dat vooral één ding: AI-content publiceren vraagt voortaan niet alleen om een creatieve afweging, maar ook om een juridische en organisatorische controle.

1. Artikel 50 maakt transparantie concreet

De nieuwe regels komen voort uit artikel 50 van de Europese AI Act. Dit artikel is sinds 2 augustus 2026 van toepassing en richt zich specifiek op transparantie rond bepaalde AI-systemen en AI-content. De Europese Commissie benadrukt dat mensen moeten kunnen herkennen wanneer zij communiceren met een AI-systeem of worden geconfronteerd met kunstmatig gegenereerde of gemanipuleerde inhoud. Dat raakt een breed terrein. Denk aan chatbots voor bezoekersservice, AI-video’s, avatars, synthetische stemmen en realistische gemanipuleerde beelden. Ook aanbieders van generatieve AI-systemen krijgen verplichtingen: output van systemen die tekst, audio, beeld of video genereren moet in relevante situaties technisch herkenbaar kunnen worden gemaakt als AI-content.

De Autoriteit Persoonsgegevens vat het uitgangspunt helder samen:

“Mensen moeten weten dat zij te maken hebben met een AI-systeem of door AI gegenereerde content.” — Autoriteit Persoonsgegevens.

2. Niet iedere ChatGPT-tekst heeft een AI-label nodig

Een belangrijke nuance is dat de regels niet betekenen dat iedere tekst waarbij ChatGPT, Claude, Gemini of Copilot is gebruikt automatisch het label ‘gemaakt met AI’ moet krijgen. De verplichtingen zijn afhankelijk van het soort toepassing en de manier waarop AI is ingezet. Bij puur ondersteunend gebruik, bijvoorbeeld spellingcontrole, tekstredactie of beperkte bewerking, kan de situatie anders zijn dan wanneer een organisatie complete publieke content autonoom door AI laat produceren. Voor bepaalde AI-gegenereerde of gemanipuleerde teksten over onderwerpen van algemeen belang gelden aanvullende transparantie-eisen. De AI Act bevat daarbij uitzonderingen, onder meer wanneer menselijke redactionele controle en verantwoordelijkheid aanwezig zijn.

Dat onderscheid is belangrijk voor redacties en marketingafdelingen. AI gebruiken als gereedschap is juridisch niet hetzelfde als AI zonder inhoudelijke menselijke controle als auteur of afzender laten functioneren.

3. Deepfakes vormen het duidelijkste voorbeeld

Bij realistische AI-manipulatie wordt de transparantieplicht veel concreter. De AI Act behandelt zogenaamde deepfakes expliciet: AI-gegenereerd of gemanipuleerd beeld-, audio- of videomateriaal dat bestaande personen, objecten, plaatsen of gebeurtenissen nabootst en daardoor ten onrechte authentiek kan lijken. Voor eventcommunicatie is dat bijzonder relevant. Stel dat een organisator een levensechte AI-video van een bekende spreker maakt waarin deze het evenement lijkt aan te kondigen. Of een stemmodel gebruikt waardoor het klinkt alsof een artiest zelf een promotietekst heeft ingesproken. Juist bij dergelijke toepassingen moet voor het publiek duidelijk zijn dat het om kunstmatig gegenereerde of gemanipuleerde content gaat.

De Europese Commissie legt het doel achter deze regels als volgt uit:

“The transparency obligations […] address risks of deception and manipulation, fostering the integrity of the information ecosystem.” — Europese Commissie, Code of Practice on Transparency of AI-generated Content.

Het draait dus niet alleen om techniek, maar vooral om het voorkomen dat het publiek wordt misleid.

4. AI-label wordt onderdeel van de contentworkflow

Voor marketingteams ligt de grootste verandering mogelijk niet bij het label zelf, maar bij het proces erachter. Tot nu toe wordt vaak eerst content gemaakt en pas vlak voor publicatie gekeken naar auteursrechten, toestemming, privacy of huisstijl. Bij generatieve AI moet daar een extra controlepunt bijkomen. Een organisatie zal bijvoorbeeld moeten vastleggen welke AI-tool is gebruikt, welk deel door AI is gegenereerd, of echte personen worden nagebootst en of een transparantiemelding noodzakelijk is. Ook de techniek speelt mee. Aanbieders van generatieve AI-systemen moeten volgens artikel 50 maatregelen nemen waardoor synthetische output machineleesbaar kan worden geïdentificeerd. De Europese Commissie heeft daarnaast een vrijwillige Code of Practice ontwikkeld om aanbieders en gebruikers te helpen de regels praktisch toe te passen. Voor grotere marketingorganisaties ligt het daarom voor de hand om AI-labeling onderdeel te maken van bestaande content-, compliance- en goedkeuringsprocessen.

5. Transparantie kan juist vertrouwen opleveren

De nieuwe regels worden gemakkelijk gezien als opnieuw een Europese verplichting die marketing ingewikkelder maakt. Toch ligt er ook een kans. Consumenten krijgen steeds vaker content te zien waarvan nauwelijks nog is vast te stellen of deze gefotografeerd, gefilmd of volledig gegenereerd is. Naarmate AI realistischer wordt, wordt de afzender belangrijker. Merken en organisatoren die transparant zijn over het gebruik van AI kunnen daarmee juist vertrouwen opbouwen. De Autoriteit Persoonsgegevens wijst organisaties er sinds de invoering van de nieuwe verplichtingen nadrukkelijk op dat zij hun AI-gebruik hierop moeten aanpassen. Daarnaast krijgt de AP in Nederland een belangrijke toezichthoudende rol bij de toepassing van verschillende onderdelen van de AI-verordening.

Voor event- en marketingprofessionals is de praktische conclusie daarom niet dat overal een groot ‘AI’-logo op moet worden geplakt. Wel moet vóór publicatie steeds vaker een nieuwe vraag worden gesteld: kan het publiek redelijkerwijs denken dat deze persoon, stem, foto, video of boodschap echt is?

Als het antwoord daarop ja is terwijl AI een doorslaggevende rol speelde, wordt transparantie steeds belangrijker.

De AI Act maakt daarmee van AI-labeling meer dan een juridisch detail. Het wordt onderdeel van professioneel contentmanagement. Niet omdat AI-content per definitie onbetrouwbaar is, maar juist omdat vertrouwen steeds waardevoller wordt nu echt en synthetisch nauwelijks nog van elkaar te onderscheiden zijn.

Patrick Petersen

Patrick Petersen RDM MA MSc is expert in AI, marketing en digitale innovatie. Als spreker, docent, onderzoeker en prijswinnend auteur helpt hij organisaties groeien met slimme combinaties van technologie, data en creativiteit. Hij schrijft onder meer voor MarketingReport, Adformatie en MarketingTribune en geldt als AI-, retail- en marketingexpert voor media als De Telegraaf, Metronieuws en Distrifood. Zijn boeken, waaronder Handboek Online Marketing, Handboek.AI en GenAI voor Professionals, behoren tot de standaardwerken in het vakgebied.