Global AI Pulse: ‘AI verlaat de pilotfase en begint de economie te veranderen’

Kunstmatige intelligentie schuift in hoog tempo op van experiment naar economische factor. Waar organisaties AI enkele jaren geleden vooral gebruikten voor pilots, chatbots en losse toepassingen, wordt de technologie nu geïntegreerd in complete bedrijfsprocessen. Tegelijk worden honderden miljarden geïnvesteerd in datacenters, chips, cloudinfrastructuur en AI-agents. Die investeringsgolf wordt inmiddels zelfs zichtbaar in economische groeicijfers. Maar achter die indrukwekkende bedragen zit een ongemakkelijke tegenstelling. Bedrijven geloven massaal in AI, terwijl slechts een klein deel al overtuigend kan aantonen dat de technologie financieel rendeert.
KPMG onderzocht voor zijn Global AI Pulse in het tweede kwartaal van 2026 ruim 2.100 bestuurders en senior managers in twintig landen en regio’s. Daaruit blijkt dat 76 procent inmiddels daadwerkelijke bedrijfswaarde uit AI ziet. Toch blijft aantoonbaar rendement op de investeringen veel zeldzamer. De discussie in bestuurskamers verschuift daardoor van de vraag óf AI moet worden ingevoerd naar de veel lastigere vraag hoe organisaties AI economisch verantwoord kunnen opschalen.
AI-investeringen worden zichtbaar in de economie
Een van de opvallendste signalen komt uit het Verenigd Koninkrijk. Reuters meldde op 13 augustus dat de Britse economie in het tweede kwartaal van 2026 met 0,4 procent groeide. De informatie- en communicatiesector leverde een opvallend grote bijdrage aan die ontwikkeling. Computerprogrammering, consultancy en aanverwante activiteiten – sectoren waarin AI-bedrijven sterk vertegenwoordigd zijn – groeiden in één kwartaal met 3,7 procent. In het kwartaal daarvoor was er al een stijging van 3,8 procent.
Ook investeringen in machines, computers en ICT-apparatuur namen sterk toe. Volgens Reuters stegen Britse bedrijfsinvesteringen in machines en apparatuur tot ongeveer 22,1 miljard pond. Daarmee begint de AI-boom niet alleen zichtbaar te worden in waarderingen van technologiebedrijven, maar ook in daadwerkelijke economische activiteit.
Een vergelijkbaar beeld tekent zich af in de eurozone. Reuters meldde op 30 juli dat de economie van de muntunie in het tweede kwartaal met 0,4 procent groeide, terwijl economen in een Reuters-peiling 0,2 procent hadden verwacht. Onder meer investeringen die samenhangen met AI droegen volgens de berichtgeving bij aan die sterker dan verwachte groei.
Ook in de Verenigde Staten speelt AI-kapitaal een steeds grotere economische rol. Reuters wees eind juli op AI-gerelateerde bedrijfsinvesteringen als een belangrijke motor achter de Amerikaanse economische groei.De schaal van de investeringen is ondertussen enorm. Alphabet, Amazon, Microsoft en Meta hebben aangegeven hun AI-uitgaven niet te willen afremmen. Reuters berekende begin augustus dat de gecombineerde investeringen van grote technologiebedrijven in 2026 inmiddels boven de 730 miljard dollar kunnen uitkomen.
Bankiers spreken daardoor al over een nieuwe investeringscyclus. Goldman Sachs-topman David Solomon omschreef de ontwikkeling als een AI-gerelateerde kapitaalinvesteringscyclus die meerdere jaren kan duren. Morgan Stanley verwachtte volgens Reuters dat wereldwijde AI-gerelateerde kapitaaluitgaven kunnen groeien van ongeveer 850 miljard dollar in 2026 naar 1,5 biljoen dollar in 2028.
Miljarden naar AI, maar rendement blijft achter
Juist daar ontstaat het spanningsveld. Hoe groter de investeringen worden, hoe nadrukkelijker bestuurders, aandeelhouders en financieel directeuren willen weten wat AI daadwerkelijk oplevert.
KPMG’s meest recente onderzoek laat zien hoe groot die kloof nog is. Slechts 26 procent van de onderzochte organisaties beschikt over realtime inzicht in de operationele kosten van AI op schaal. Dat is belangrijk, omdat organisaties die hun AI-kosten wél volledig kunnen overzien volgens KPMG vijf keer vaker aantoonbaar rendement realiseren: 15 procent tegenover slechts 3 procent bij bedrijven zonder dat inzicht.
Ook bestuurlijke verantwoordelijkheid blijkt zwaar te wegen. Wanneer de CEO expliciet verantwoordelijk is voor besluiten die op AI-uitkomsten zijn gebaseerd, rapporteert 57 procent van de organisaties betekenisvolle bedrijfswaarde, tegenover 21 procent wanneer die verantwoordelijkheid minder duidelijk is. Het percentage organisaties met vastgesteld rendement stijgt volgens KPMG in die vergelijking van 4 naar 14 procent.
Dat is een belangrijk signaal. Het probleem lijkt steeds minder de kwaliteit van het AI-model zelf en steeds vaker de manier waarop organisaties AI organiseren.
Reuters Breakingviews kwam op 7 augustus tot een vergelijkbare conclusie. Na jaren van generatieve AI-investeringen blijven veel financiële voordelen theoretisch. In het door Reuters aangehaalde KPMG-onderzoek had slechts een klein percentage van de bestuurders al aantoonbare ROI gerealiseerd. Bedrijven blijven ondertussen investeren omdat ze bang zijn strategisch achterop te raken wanneer concurrenten AI sneller integreren.
Daarbovenop komen de steeds hogere gebruikskosten. Reuters waarschuwde eerder deze zomer dat bedrijven worden geconfronteerd met moeilijk voorspelbare AI-rekeningen doordat intensief gebruikte AI-agents grote hoeveelheden rekencapaciteit en tokens verbruiken. Daarmee begint AI-kostenmanagement sterk te lijken op de eerdere uitdaging rond cloudkosten: eenvoudig beginnen, maar veel lastiger beheersbaar zodra duizenden medewerkers en tientallen toepassingen ervan gebruikmaken. Zelfs Big Tech voelt die druk. Reuters berekende in juli dat de investeringsgroei bij Microsoft, Alphabet, Amazon, Meta en Oracle richting 2027 sneller kan gaan dan de groei van hun vrije kasstroom. De gezamenlijke extra kapitaaluitgaven zouden volgens de analyse ongeveer 534 miljard dollar kunnen bedragen tegenover circa 340 miljard dollar extra operationele kasstroom.
Daarmee wordt de rekensom steeds belangrijker: AI kan omzet en productiviteit verhogen, maar wanneer infrastructuur, modellen en agents sneller duurder worden dan de waarde die ze opleveren, ontstaat uiteindelijk druk om investeringen te vertragen.
De echte omslag: AI verdwijnt in het bedrijfsproces
Toch betekent de discussie over rendement niet dat organisaties terugkeren naar de situatie van vóór ChatGPT. Integendeel. De belangrijkste verandering is juist dat AI steeds minder als afzonderlijke applicatie wordt gebruikt. Dat is duidelijk zichtbaar bij banken. Reuters beschreef in juli hoe grote Wall Street-banken AI-agents invoeren voor vermogensbeheer, klantacceptatie, handel, treasury en interne processen. Morgan Stanley test digitale assistenten die adviseurs actief aanbevelingen kunnen geven. UBS gebruikt agents om interne informatie uit vergaderingen, accounts en e-mails bij elkaar te brengen. Bij BNY worden digitale medewerkers zelfs gekoppeld aan een menselijke manager die verantwoordelijk is voor controle en kwaliteit.
Volgens KPMG testte in juni 51 procent van de banken al AI-agents. De technologie verschuift daar dus van een chatbot waarmee een werknemer incidenteel praat naar een digitale collega die onderdeel wordt van de workflow. SAP ziet precies daar de belangrijkste kans op rendement. CFO Dominik Asam stelde tegenover Reuters dat bedrijven verder moeten kijken dan het relatief eenvoudige gebruik van algemene chatbots. De grotere productiviteitswinst moet volgens SAP komen van AI die gecontroleerd wordt ingebouwd in concrete bedrijfsprocessen.
Dat onderscheid is ook relevant voor marketing. Een medewerker die ChatGPT vraagt tien socialmediaposts te schrijven, realiseert waarschijnlijk tijdwinst, maar die tijdwinst is moeilijk te vertalen naar structurele omzetgroei.Dat verandert wanneer AI bijvoorbeeld klantdata analyseert, doelgroepen automatisch selecteert, campagneprestaties bewaakt, aanbiedingen personaliseert, contentvarianten genereert en vervolgens een marketeer waarschuwt wanneer conversie of rendement afwijkt.
De waarde zit dan niet meer uitsluitend in het sneller produceren van content, maar in het herontwerpen van het marketingproces.
KPMG ziet die verschuiving duidelijk terug. Meer dan de helft van de organisaties heeft inmiddels AI-agents daadwerkelijk in gebruik, terwijl bedrijven steeds vaker proberen meerdere agents binnen één workflow met elkaar te laten samenwerken. Tegelijk is grootschalige adoptie nog lang niet universeel. Een recente Reuters-enquête onder Japanse bedrijven liet zien dat meer dan 80 procent AI slechts beperkt gebruikt of helemaal nog niet heeft geïntegreerd. Slechts een relatief kleine groep heeft AI volledig in de organisatie ingebouwd. Dat laat zien hoe groot het verschil kan zijn tussen de wereldwijde AI-investeringshausse en de dagelijkse praktijk binnen bedrijven.
Voor organisaties ontstaat daardoor een nieuwe fase. De winnaar is waarschijnlijk niet het bedrijf met de meeste AI-tools, maar de organisatie die precies weet welke processen door AI beter worden, welke kosten daarbij horen en welke KPI’s moeten aantonen dat de investering werkt. Marketingdirecteuren krijgen daarmee dezelfde opdracht als andere bestuurders. Niet vragen hoeveel medewerkers Copilot, Gemini of ChatGPT gebruiken, maar meten of AI zorgt voor hogere conversie, lagere acquisitiekosten, snellere campagnes, betere klantretentie, hogere klantwaarde of aantoonbare productiviteitsgroei.
AI verlaat daarmee definitief de vrijblijvende pilotfase. De investeringen zijn inmiddels groot genoeg om economische groeicijfers, bedrijfsinvesteringen en financiële markten te beïnvloeden. Tegelijk maakt KPMG duidelijk dat gebruik nog iets anders is dan rendement. De volgende AI-race wordt daarom waarschijnlijk niet gewonnen door organisaties die simpelweg het meeste geld uitgeven, maar door bedrijven die AI diep in hun processen integreren, de kosten nauwkeurig meten en bestuurders verantwoordelijk maken voor de waarde die eruit moet komen. Voor marketing betekent dat een belangrijke omslag: van experimenteren met AI naar aantoonbaar groeien mét AI.
Belangrijkste cijfer wereldwijd
- Hoge prioriteit: 79% ziet investeren in AI als een topprioriteit.
- Groot vertrouwen: 78% is zeker dat zij hun AI-strategie toekomstbestendig kunnen maken.
- Beperkt rendement: Hoewel 76% enige bedrijfswaarde ziet, is een meetbaar rendement op investering (ROI) vaak nog beperkt.
De situatie in Nederland
- Hoge ambitie: 81% van de Nederlandse organisaties maakt van AI een investeringsprioriteit.
- Achterblijvende waarde: Slechts 58% van de Nederlandse bedrijven ziet nu al duidelijke bedrijfswaarde, wat lager is dan het wereldwijde gemiddelde van 64%.
- Tragere besluitvorming: Slechts 26% zegt dat AI helpt om sneller en beter beslissingen te nemen (wereldwijd is dit 41%).
- Knelpunten: Veel bedrijven lopen vast door een tekort aan technische vaardigheden (49%) en problemen met datakwaliteit.

