Papier blijft groot: ruim 9 miljoen Nederlanders lezen magazines

Wie denkt dat bijna niemand meer een krant of tijdschrift op papier leest, krijgt met de nieuwste cijfers van Nationaal Media Onderzoek een ander beeld. Print is kleiner geworden door de opkomst van websites, apps en sociale media, maar bereikt nog altijd miljoenen Nederlanders. Vooral magazines hebben op papier nog een opvallend groot bereik. De nieuwste cijfers komen uit de NMO Print & Merken Monitor 2026-II, die op 13 augustus 2026 is gepubliceerd. Het onderzoek kijkt naar het leesbereik over de periode van het tweede kwartaal van 2025 tot en met het eerste kwartaal van 2026. NMO gebruikt hiervoor twaalf voortschrijdende maanden aan onderzoeksgegevens. Daardoor geven de cijfers geen momentopname van één week of één maand, maar een breder beeld van het Nederlandse leesgedrag.
Het belangrijkste cijfer is misschien wel dat magazines gezamenlijk 9,139 miljoen mensen bereiken. Gedrukte dagbladen komen gezamenlijk uit op 3,566 miljoen lezers. Landelijke kranten bereiken 2,211 miljoen mensen en regionale dagbladen 1,777 miljoen.
Drie cijfers springen direct in het oog:
- 9.139.000 Nederlanders worden bereikt door magazines op papier.
- 3.566.000 Nederlanders lezen gedrukte dagbladen.
- Landelijke dagbladen bereiken 2.211.000 mensen en regionale dagbladen 1.777.000.
Bereik betekent iets anders dan oplage
Om de cijfers goed te begrijpen, is het belangrijk om eerst uit te leggen wat NMO precies meet. Bereik is namelijk niet hetzelfde als oplage. De oplage van een krant geeft bijvoorbeeld aan hoeveel exemplaren ervan worden verspreid. Bij betaalde kranten kan het gaan om abonnementen en losse verkoop. Het bereik probeert antwoord te geven op een andere vraag: hoeveel mensen lezen de krant daadwerkelijk?
Dat verschil kan behoorlijk groot zijn. Eén exemplaar van een krant kan door meerdere mensen worden gelezen. Een krant die thuis op tafel ligt, kan bijvoorbeeld door twee gezinsleden worden bekeken. Een tijdschrift kan in een wachtkamer, kapsalon of huishouden eveneens door verschillende mensen worden gelezen.
Daarom kun je uit het bereik niet afleiden hoeveel exemplaren er zijn verkocht. Andersom zegt een oplagecijfer ook niet precies hoeveel mensen een titel uiteindelijk onder ogen krijgen.
NMO omschrijft de nieuwe publicatie zelf als een editie met “de printbereikscijfers van dagbladen en magazines”.
Dat klinkt technisch, maar het betekent in de praktijk dat NMO probeert vast te stellen hoeveel mensen daadwerkelijk in aanraking komen met de papieren uitgaven.
Meer dan 9 miljoen mensen lezen magazines
Het meest opvallende cijfer in de tabel is het bereik van magazines. De gezamenlijke categorie magazines bereikt 9,139 miljoen Nederlanders. Dat is veel, zeker in een tijd waarin een groot deel van de dagelijkse mediaconsumptie via een smartphone verloopt. Het cijfer laat vooral zien hoe breed de categorie magazines is. Het gaat niet alleen om traditionele week- en maandbladen. Binnen de magazinemarkt bestaan veel verschillende typen uitgaven, gericht op uiteenlopende interesses en doelgroepen. Daarmee verschilt de magazinemarkt ook sterk van bijvoorbeeld één individueel dagblad. Het cijfer van ruim 9 miljoen is het gecombineerde bereik van de categorie en betekent dus niet dat één tijdschrift negen miljoen lezers heeft.
Vrouwen zijn binnen het totale magazinebereik iets sterker vertegenwoordigd dan mannen. NMO telt ongeveer 4,902 miljoen vrouwelijke magazinelezers tegenover 4,237 miljoen mannelijke lezers. Het verschil bedraagt daarmee ongeveer 665.000 mensen.
Ook jongere leeftijdsgroepen komen nog steeds met magazines in aanraking. Dat is interessant, omdat bij print vaak snel wordt gedacht aan een medium dat vrijwel uitsluitend door oudere Nederlanders wordt gebruikt. Nog een aantal opvallende cijfers:
- Magazines bereiken ongeveer 4.902.000 vrouwen.
- Onder mannen bedraagt het magazinebereik ongeveer 4.237.000.
- In de groep van 20 tot en met 34 jaar gaat het nog altijd om ongeveer 1.437.000 magazinelezers.
- Bij 35- tot en met 49-jarigen ligt het bereik rond 1.808.000 lezers.
De cijfers maken duidelijk dat papier weliswaar onder druk staat, maar dat het medium niet uitsluitend afhankelijk is van lezers op hoge leeftijd. Ook in jongere en middelbare leeftijdsgroepen gaat het nog steeds om grote aantallen. Voor adverteerders is dat relevant. Een medium hoeft niet het grootste medium van Nederland te zijn om commercieel interessant te blijven. Wanneer een magazine een duidelijk afgebakende doelgroep heeft, kan een adverteerder juist heel gericht lezers bereiken die interesse hebben in bijvoorbeeld wonen, reizen, auto’s, gezondheid, mode of technologie.
Bijna 3,6 miljoen mensen lezen een papieren krant
Bij dagbladen ligt het totale printbereik op 3,566 miljoen Nederlanders. Daarvan zijn ongeveer 1,833 miljoen mannen en 1,733 miljoen vrouwen. Het verschil tussen mannen en vrouwen is daarmee veel kleiner dan binnen de magazinemarkt. Landelijke dagbladen bereiken gezamenlijk 2,211 miljoen mensen. Binnen deze groep gaat het om ongeveer 1,181 miljoen mannen en 1,030 miljoen vrouwen. Regionale kranten bereiken gezamenlijk 1,777 miljoen Nederlanders. Daar is de verdeling tussen mannen en vrouwen bijna exact gelijk: ongeveer 888.000 mannen tegenover 889.000 vrouwen.
Die landelijke en regionale cijfers mogen overigens niet bij elkaar worden opgeteld om het totale aantal krantenlezers te berekenen. Een Nederlander kan namelijk zowel een landelijk als een regionaal dagblad lezen. Die persoon zou dan in beide categorieën voorkomen. Dat is een belangrijk punt bij bereiksonderzoek. Bereikscijfers van verschillende mediacategorieën overlappen vaak. Wie drie kranten leest, telt bij het totale krantenbereik nog steeds als één persoon.
Ook onder jongeren bestaat nog enig bereik voor de papieren krant. Het is vanzelfsprekend veel kleiner dan bij oudere groepen, maar papier is ook daar niet volledig verdwenen. De belangrijkste dagbladcijfers op een rij:
- Alle gedrukte dagbladen samen bereiken ongeveer 3.566.000 Nederlanders.
- Landelijke dagbladen bereiken gezamenlijk 2.211.000 mensen.
- Regionale dagbladen bereiken ongeveer 1.777.000 mensen.
- De regionale krant bereikt vrijwel evenveel mannen als vrouwen: ongeveer 888.000 tegenover 889.000.
Vooral dat laatste cijfer is interessant. Regionale nieuwsmerken lijken op papier nauwelijks een verschil te laten zien tussen het bereik onder mannen en vrouwen.
Een papieren lezer is niet hetzelfde als een krantenlezer
De belangrijkste valkuil bij deze cijfers is dat het printbereik gemakkelijk wordt verward met het totale bereik van krantenmerken. Wanneer NMO zegt dat gedrukte dagbladen ongeveer 3,6 miljoen mensen bereiken, betekent dat niet dat slechts 3,6 miljoen Nederlanders nieuws van kranten lezen. Kranten hebben immers ook websites, nieuwsapps, digitale abonnementen en digitale replica’s van de krant. Een lezer kan een krant dagelijks op zijn telefoon bekijken zonder ooit een papieren exemplaar open te slaan. NMO maakt daarom onderscheid tussen verschillende soorten bereik. De organisatie omschrijft de Print & Merken Monitor onder andere als een “kwartaalrapportage van het printbereik en het digitale bereik”.
Dat onderscheid wordt steeds belangrijker. Een merk als een krant of magazine bestaat tegenwoordig niet meer uit één kanaal. Hetzelfde journalistieke merk kan lezers bereiken via papier, een website, een app en een digitale editie.
Voor dagbladen rapporteert NMO daarom ook het bereik per editie. Daarbij wordt naast de papieren krant ook de digitale replica meegenomen. NMO meldt expliciet dat voor dagbladen en combinaties van dagbladen het bereik per editie, bestaande uit print plus digitale replica, beschikbaar is. Een digitale replica is in feite de digitale versie van de traditionele krant. Je ziet op een tablet, computer of smartphone dezelfde krantindeling en kunt digitaal door de pagina’s bladeren. Dat is iets anders dan het bezoeken van de nieuwssite van dezelfde uitgever. Een bezoeker die bijvoorbeeld via Google, sociale media of een pushbericht één nieuwsartikel opent, wordt anders gemeten dan iemand die de digitale krant leest.
Print moet daarom in een breder mediabeeld worden bekeken
Voor mediaplanners en marketeers zijn deze verschillen belangrijk. Alleen naar de papieren oplage kijken geeft tegenwoordig een onvolledig beeld van de positie van een uitgever. Hetzelfde geldt voor alleen websitebezoek. Een sterk nieuwsmerk kan relatief veel mensen via papier bereiken, maar tegelijkertijd miljoenen digitale contacten hebben. Andersom kan een titel online groot zijn terwijl het papieren bereik beperkt is. De NMO Print & Merken Monitor probeert daarom print en digitaal naast elkaar inzichtelijk te maken. De editie van augustus 2026 bevat naast printbereik ook digitale bereikscijfers uit NMO Online over het eerste kwartaal van 2026 en cijfers over gecombineerde mediamerken. Dat maakt het onderzoek vooral interessant voor adverteerders. Zij kopen uiteindelijk geen oplage, maar proberen mensen te bereiken. Daarbij maakt het steeds minder uit of dat contact via papier, desktop, smartphone of app plaatsvindt, zolang duidelijk is welke doelgroep wordt bereikt.
Tegelijk heeft papier eigenschappen die digitaal minder heeft. Een papieren tijdschrift of krant ligt fysiek in een huishouden en kan meerdere keren worden opgepakt. Bij digitaal lezen zijn er juist veel meer mogelijkheden om gedrag direct te meten, gebruikers opnieuw te bereiken en advertenties gericht uit te serveren.
Daarom worden print en digitaal steeds vaker als aanvullende kanalen gezien in plaats van als volledig gescheiden werelden.
Papier is kleiner geworden, maar bepaald niet verdwenen
De nieuwste NMO-cijfers geven daarmee vooral nuance aan het verhaal dat print zou zijn verdwenen. Dat digitale media een veel grotere rol spelen dan twintig jaar geleden is duidelijk. Smartphones, apps, zoekmachines en sociale platforms hebben het mediagedrag ingrijpend veranderd. Dat betekent echter niet automatisch dat het resterende printbereik klein is. Ruim 9,1 miljoen mensen voor magazines is in absolute aantallen een enorm publiek. Ook een printbereik van bijna 3,6 miljoen mensen voor dagbladen is nog steeds aanzienlijk. Daarbij moet wel steeds worden vermeld dat dit cijfers voor complete mediumcategorieën zijn. Ze zeggen dus niet dat iedere afzonderlijke krant of ieder tijdschrift miljoenen lezers bereikt.
Juist voor marketeers is dat onderscheid nuttig. De interessante vraag is uiteindelijk niet alleen hoeveel mensen een medium bereikt, maar vooral welke mensen dat zijn. Een titel met een kleiner bereik kan commercieel zeer waardevol zijn wanneer de lezers sterk overeenkomen met de gewenste doelgroep.
De nieuwe NPMM 2026-II laat bovendien goed zien waarom mediabereik tegenwoordig niet meer met één cijfer kan worden beschreven. Print, digitale replica’s, websites en apps vormen samen het bereik van moderne mediamerken. NMO brengt die verschillende vormen daarom steeds nadrukkelijker naast elkaar in kaart.
De conclusie is daarmee minder zwart-wit dan de vaak gehoorde uitspraak dat ‘niemand meer papier leest’. Print heeft terrein verloren aan digitaal, maar miljoenen Nederlanders lezen nog altijd kranten en magazines op papier. Vooral het gezamenlijke bereik van magazines van ruim 9,1 miljoen mensen valt op. Voor uitgevers en adverteerders blijft papier daardoor een serieus onderdeel van de mediamix, terwijl het voor een compleet beeld steeds belangrijker wordt om dat printbereik samen te bekijken met websites, apps en digitale edities.

