Boekenstrijd barst echt los: uitgevers slepen Google voor de rechter
![Boekenstrijd barst echt los: uitgevers slepen Google voor de rechter 1 [BOEKreview] Zijn vrouwen betere mensen? #boeken #recensie #genderdivers](https://www.nieuws.marketing/strategie_nieuws/wp-content/uploadsnieuwssocial/2024/06/img_66673196dc3dc.png)
Boeken.
Een groep grote Amerikaanse uitgevers en auteurs heeft Google voor de rechter gedaagd vanwege het vermeende gebruik van miljoenen auteursrechtelijk beschermde boeken en wetenschappelijke publicaties voor de ontwikkeling van Gemini. Volgens de aanklagers heeft Google werken zonder toestemming gekopieerd en gebruikt voor het trainen van zijn commerciële AI-modellen. Daarmee begint een nieuwe, mogelijk richtinggevende juridische strijd over de vraag wie mag profiteren van de enorme hoeveelheden teksten waarop generatieve kunstmatige intelligentie wordt gebouwd. De groepsrechtszaak werd op 10 juli 2026 aangespannen bij een federale rechtbank in New York. Tot de eisers behoren Hachette Book Group, onderwijsuitgever Cengage Learning, wetenschappelijke uitgever Elsevier en de Amerikaanse bestsellerauteur Scott Turow. Zij willen niet alleen een schadevergoeding, maar eisen ook dat Google stopt met het vermeende ongeoorloofde gebruik en illegale kopieën van hun werken vernietigt.
De aanklacht raakt aan een van de grootste spanningsvelden binnen de huidige AI-revolutie. Technologiebedrijven hebben voor hun modellen enorme hoeveelheden menselijke kennis, creativiteit en taal nodig. Auteurs en uitgevers stellen daartegenover dat hun boeken geen vrij beschikbare grondstof zijn, maar beschermde werken waarin jarenlang tijd, geld en vakmanschap is geïnvesteerd.
Boeken zouden voor een ander doel zijn aangeleverd
Een belangrijk onderdeel van de zaak draait om materiaal dat uitgevers eerder aan diensten van Google beschikbaar stelden. Het gaat onder meer om Google Books, Google Play Books en Google Scholar. Via deze platforms konden boeken bijvoorbeeld worden verkocht, geïndexeerd of gedeeltelijk doorzoekbaar worden gemaakt. Volgens de uitgevers betekende die samenwerking echter niet dat Google de volledige inhoud ook mocht gebruiken voor het trainen van Gemini. De toestemming zou beperkt zijn geweest tot duidelijk omschreven toepassingen, zoals de verkoop van digitale boeken of het tonen van korte tekstfragmenten in zoekresultaten.
De aanklagers stellen dat Google deze boeken vervolgens voor een heel ander commercieel doel heeft ingezet. Werken die binnen een gecontroleerde omgeving waren aangeleverd, zouden zijn opgenomen in omvangrijke datasets waarmee Gemini taal, schrijfstijlen, feitenkennis en verhaalstructuren kon leren.
Daarbij gaat het volgens de eisers niet alleen om gewone handelsboeken, maar ook om kostbare studieboeken, vakliteratuur en wetenschappelijke publicaties. In de aanklacht worden verschillende concrete titels genoemd die mogelijk zonder afzonderlijke toestemming zijn gebruikt, waaronder The Fifth Season van N.K. Jemisin en een boek uit de Lemony Snicket-reeks.
De uitgevers stellen dat Google bewust heeft gehandeld. In de aanklacht wordt verwezen naar interne discussies binnen het technologiebedrijf over de mogelijke juridische en financiële gevolgen van het gebruik van uitgeversmateriaal. Volgens de eisers zou intern zelfs zijn gesproken over een potentieel risico van tientallen miljarden dollars. Dit betreft vooralsnog een bewering uit de aanklacht en is nog niet onafhankelijk door een rechter vastgesteld.
De zaak gaat daardoor verder dan de technische vraag of een AI-model een boek letterlijk bewaart. Centraal staat vooral of het maken en gebruiken van trainingskopieën zonder aanvullende toestemming een inbreuk op het auteursrecht vormt. Ook beschuldigen de eisers Google ervan informatie over auteursrecht en rechthebbenden te hebben verwijderd of aangepast.
“Geen uitgever of auteur kan concurreren met een systeem dat in enkele minuten en voor een paar dubbeltjes een compleet boekachtig werk kan produceren”, stellen de eisers in de aanklacht.
Angst voor goedkope, concurrerende AI-boeken
De uitgevers zijn niet alleen bezorgd over het gebruik van hun bestaande werken. Zij vrezen vooral voor de economische gevolgen van AI-systemen die op basis van die boeken nieuwe teksten kunnen produceren. In de aanklacht wordt als voorbeeld beschreven dat Gemini in korte tijd een volledig moordmysterie van honderd pagina’s zou kunnen genereren. Zo’n verhaal kan elementen bevatten die het model tijdens de training heeft geleerd uit duizenden bestaande romans. De productiekosten zijn daarbij vrijwel nihil in vergelijking met de tijd en investeringen die nodig zijn om een professioneel boek te schrijven, redigeren, vormgeven en publiceren. Volgens de eisers ontstaat daardoor een oneerlijke concurrentiesituatie. De oorspronkelijke makers ontvangen mogelijk geen vergoeding voor het gebruik van hun werk, terwijl AI-bedrijven vervolgens commerciële diensten aanbieden die met datzelfde werk zijn ontwikkeld. De schade kan volgens de uitgevers op verschillende manieren ontstaan. Consumenten kunnen kiezen voor goedkope AI-gegenereerde teksten in plaats van oorspronkelijke boeken. Schrijvers kunnen opdrachten verliezen en educatieve instellingen kunnen overstappen op automatisch samengesteld lesmateriaal. Daarnaast kan de markt overspoeld raken met snel geproduceerde publicaties, waardoor kwalitatieve en professioneel geredigeerde werken moeilijker vindbaar worden.
De zaak raakt daarmee ook aan de vraag wat creativiteit in het AI-tijdperk nog waard is. Een AI-model schrijft niet op dezelfde manier als een mens, maar leert wel van patronen, kennis en formuleringen in door mensen gemaakte teksten. Auteurs en uitgevers vinden dat technologiebedrijven niet eenzijdig mogen bepalen dat dit gebruik is toegestaan.
Google heeft volgens de geraadpleegde berichtgeving nog geen uitgebreide publieke reactie op deze specifieke zaak gegeven. Het is daarom belangrijk om te benadrukken dat de beschuldigingen nog niet juridisch zijn bewezen. De rechtbank moet onder meer beoordelen welke werken daadwerkelijk zijn gebruikt, hoe Google deze heeft verkregen en of het gebruik onder uitzonderingen zoals het Amerikaanse beginsel van ‘fair use’ kan vallen. Voor AI-bedrijven staat veel op het spel. Wanneer rechters bepalen dat voor het trainen van modellen toestemming en betaling nodig zijn, zullen technologiebedrijven licenties moeten afsluiten met auteurs, uitgevers en andere rechthebbenden. Dat kan de ontwikkeling van nieuwe modellen duurder en ingewikkelder maken. Voor uitgevers biedt zo’n uitspraak juist kansen. Hun catalogi vertegenwoordigen een grote hoeveelheid gecontroleerde en hoogwaardige informatie. Wanneer die content niet langer zonder vergoeding mag worden gebruikt, kunnen licentiemodellen ontstaan waarbij uitgevers betaald krijgen voor het beschikbaar stellen van boeken en wetenschappelijke artikelen.
Rechtszaak kan de spelregels voor AI veranderen
De zaak tegen Google staat niet op zichzelf. Auteurs, kunstenaars, nieuwsorganisaties en uitgevers voeren al langer juridische procedures tegen bedrijven die generatieve AI ontwikkelen. Daarbij worden onder meer Google, OpenAI, Meta en Anthropic beschuldigd van het gebruiken van beschermd materiaal zonder expliciete toestemming. De verschillende rechtszaken laten zien dat de wetgeving moeite heeft om de snelle ontwikkeling van AI bij te houden. Het bestaande auteursrecht is geschreven voor herkenbare kopieën, publicaties en distributievormen. Bij generatieve AI is minder eenvoudig vast te stellen wat er precies met een werk gebeurt. Een model kan tijdens het trainen miljoenen teksten verwerken zonder die teksten later woordelijk te reproduceren. Technologiebedrijven stellen doorgaans dat AI-training vergelijkbaar is met analyse, onderzoek of het leren herkennen van patronen. Rechthebbenden betogen daarentegen dat eerst volledige digitale kopieën van hun werken moeten worden gemaakt om die analyse mogelijk te maken. Juist dat kopiëren zou zonder licentie onrechtmatig zijn. De zaak kan ook gevolgen krijgen buiten de Verenigde Staten. In Europa wordt eveneens kritisch gekeken naar de manier waarop grote technologiebedrijven content gebruiken voor AI. De Europese Commissie opende eerder een onderzoek naar de vraag of Google uitgevers en makers oneerlijke voorwaarden oplegt bij het gebruik van online materiaal voor zijn AI-diensten. Ook toezichthouders in het Verenigd Koninkrijk proberen uitgevers meer controle te geven. Google moet daar onder meer werken aan mogelijkheden waarmee uitgevers kunnen aangeven dat hun materiaal niet voor AI-samenvattingen of modeltraining mag worden gebruikt.
De nieuwe Amerikaanse procedure kan daardoor een belangrijk ijkpunt worden. Wanneer de eisers gelijk krijgen, kan Google worden gedwongen schadevergoedingen te betalen, het gebruik van bepaalde datasets te beëindigen en kopieën van beschermde werken te verwijderen. De uitgevers vragen de rechtbank bovendien om een permanent verbod op verdere inbreuken. Het is echter onzeker of de rechter alle eisen zal toewijzen. Google kan aanvoeren dat het gebruik transformerend is, dat de modellen geen vervanging vormen voor de oorspronkelijke boeken of dat bepaalde trainingsmethoden onder ‘fair use’ vallen. De precieze samenstelling van de datasets en de interne werkwijze van Google zullen waarschijnlijk een grote rol spelen in het proces.
Daarmee draait deze zaak uiteindelijk om meer dan Gemini alleen. De rechter moet indirect antwoord geven op een fundamentele vraag: mogen AI-bedrijven bestaande boeken en wetenschappelijke publicaties gebruiken om systemen te bouwen die vervolgens met auteurs en uitgevers concurreren? Voor schrijvers en uitgevers is het antwoord duidelijk. Innovatie mag volgens hen niet betekenen dat het auteursrecht wordt genegeerd. AI-bedrijven kunnen nieuwe diensten ontwikkelen, maar moeten toestemming vragen en een eerlijke vergoeding betalen wanneer zij beschermd werk als trainingsmateriaal gebruiken. Voor de technologiesector is de inzet minstens zo groot. Vrijwel alle krachtige taalmodellen zijn afhankelijk van enorme datasets. Wanneer ieder afzonderlijk werk vooraf gelicentieerd moet worden, verandert niet alleen het verdienmodel, maar mogelijk ook welke bedrijven nog in staat zijn om concurrerende AI-systemen te ontwikkelen.
De komende juridische strijd zal daarom nauwlettend worden gevolgd door uitgevers, schrijvers, onderwijsinstellingen en technologiebedrijven. De uitspraak kan bepalen of boeken vooral worden gezien als vrij beschikbare trainingsdata of als waardevol intellectueel eigendom waarvoor ook in het AI-tijdperk toestemming en betaling nodig blijven.

