Privacy Onderzoek: ‘Slechts 12 procent voorbereid op Europese Algemene Verordening Gegevensbescherming’

De Europese Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG) gaat op 25 mei 2018 in en heeft grote gevolgen voor de verwerking en bescherming van persoonsgegevens binnen organisaties. Centraal staan het verkrijgen van inzicht in de verwerkingen van persoonsgegevens en datastromen en het vooraf borgen van privacy bij nieuwe producten en systemen (privacy by design & privacy by default). Ook krijgt iedereen het recht ‘om vergeten te worden’.
De belangrijkste conclusies:
- Verwerking persoonsgegevens: Driekwart (74 procent) heeft verwerkingen van persoonsgegevens nog niet inzichtelijk en gedocumenteerd, terwijl dit wel een verplichting is. Slechts 19% van de organisaties heeft dit inmiddels wel gedaan.
- Right to be forgotten: 69 procent heeft geen enkele procedure geïmplementeerd voor de afhandeling van inzage- en correctieverzoeken van betrokkenen.
- Meldplicht datalekken: slechts 49 procent heeft een draaiboek klaarliggen in geval van een datalek
- Data Protection Officer: 17 procent heeft de verantwoordelijkheid voor privacy neergelegd bij een privacy officer. 21 procent heeft daarentegen niemand aangewezen die de rol van Data Protection Officer gaat vervullen.
- Bewerkersovereenkomst: 13 procent sluit geen bewerkersovereenkomst af met derde partijen waarmee persoonsgegevens worden gedeeld. Belangrijkste reden is de onbekendheid hiervan.
- Privacy Impact Assessment: De helft (50 procent) voert geen Privacy Impact Assessment uit bij organisatiewijzigingen die grote impact hebben op de verwerking van persoonsgegevens.
- Bewaartermijnen: Een derde heeft geen bewaartermijnen geïmplementeerd.
- Mankracht: het grootste struikelblok voor tijdige implementatie is gebrek aan mankracht (39 procent), gevolgd door onvoldoende kennis (34 procent).
- Deadline: Slechts 12% zegt nu klaar te zijn voor de nieuwe EU-vordering. De helft (52 procent) verwacht voor de deadline van 25 mei 2018 klaar te zijn met voorbereidingen.

