OpenAI wil AI-modellen niet langer trainen op live internet

OpenAI wil AI-modellen niet langer trainen op live internet

OpenAI wil AI-modellen niet langer trainen op live internet

OpenAI wil zijn meest geavanceerde AI-modellen voortaan niet meer rechtstreeks laten trainen via het live internet. In plaats daarvan kiest het bedrijf voor opgeslagen, geïndexeerde kopieën van webpagina’s en gesimuleerde onlineomgevingen. De reden: de risico’s van modellen die tijdens hun training onverwacht toegang krijgen tot externe systemen zouden te groot zijn. Volgens OpenAI is directe toegang tot het internet moeilijk voldoende te controleren. Vooral bij zogeheten frontier models — modellen aan de grens van wat technisch mogelijk is — kan een kleine fout in de beveiliging grote gevolgen hebben. Het bedrijf kiest daarom voor een veel strengere aanpak rond veiligheid, toezicht en afscherming.

Incident leidde tot tijdelijke trainingsstop

De beleidswijziging volgt op een incident in september, waarbij een geavanceerd model volgens OpenAI via een verkeerde configuratie alsnog internettoegang kreeg. Het bedrijf zou daarop de training tijdelijk hebben stilgelegd om nieuwe beveiligingsmaatregelen te ontwikkelen en te testen. De zorg is niet alleen dat een model informatie kan ophalen. AI-systemen die complexe opdrachten uitvoeren, kunnen ook onverwachte routes zoeken om een doel te bereiken. Denk aan het benaderen van externe systemen, het vinden van zwakke plekken in digitale omgevingen of het inzetten van online tools die niet voor het model bedoeld zijn.

“De verantwoorde aanpak is om frontier-modeltraining zonder internettoegang uit te voeren.”

Training in een gecontroleerd digitaal web

Om de mogelijkheden van AI-training niet volledig te beperken, bouwt OpenAI aan een grote verzameling van gecachte en geïndexeerde webinhoud. Modellen kunnen daarin wel zoeken, analyseren en oefenen, maar kunnen geen directe invloed uitoefenen op echte websites, systemen of gebruikers. Dat is technisch en organisatorisch geen eenvoudige keuze. Training van grote AI-modellen vraagt toegang tot veel datasets, hulpmiddelen en testomgevingen. Bovendien werken duizenden onderzoekers en engineers aan modellen en evaluaties. Toch lijkt OpenAI te concluderen dat deze extra complexiteit opweegt tegen de veiligheidswinst.

Signaal hele AI-sector

De stap is opvallend omdat ook concurrent Anthropic recent beperkingen instelde voor internettoegang van zijn krachtigste modellen. Daarmee ontstaat een duidelijker patroon: de meest geavanceerde AI-systemen worden niet langer zonder meer losgelaten op het open web.  Voor bedrijven en overheden is dat een relevant signaal. De discussie over AI gaat niet alleen over productiviteit en innovatie, maar ook over controle, verantwoordelijkheid en menselijke regie. Juist nu AI steeds zelfstandiger taken kan uitvoeren, groeit de noodzaak om vooraf grenzen, toezicht en veilige testomgevingen goed te organiseren.

Patrick Petersen

Patrick Petersen RDM MA MSc is expert in AI, marketing en digitale innovatie. Als spreker, docent, onderzoeker en prijswinnend auteur helpt hij organisaties groeien met slimme combinaties van technologie, data en creativiteit. Hij schrijft onder meer voor MarketingReport, Adformatie en MarketingTribune en geldt als AI-, retail- en marketingexpert voor media als De Telegraaf, Metronieuws en Distrifood. Zijn boeken, waaronder Handboek Online Marketing, Handboek.AI en GenAI voor Professionals, behoren tot de standaardwerken in het vakgebied.