Onderzoeken: ‘Vroege sociale media kosten leerlingen maanden onderwijs’

image 13

Kinderen die al op elf- of twaalfjarige leeftijd een eigen account op sociale media openen, presteren later gemiddeld slechter bij toetsen voor taal en wiskunde. Nieuw internationaal onderzoek wijst vooral naar de voortdurende afleiding door smartphones. Tegelijkertijd laat Australië zien dat een wettelijk leeftijdsverbod alleen weinig oplost: veel kinderen blijven gewoon actief op TikTok, Snapchat, Instagram en YouTube.

Sociale media zijn voor veel kinderen al onderdeel van het dagelijks leven voordat zij officieel oud genoeg zijn om een account te openen. Platforms hanteren meestal een minimumleeftijd, maar in de praktijk kan een kind bij het aanmelden eenvoudig een andere geboortedatum invullen. Dat lijkt niet alleen gevolgen te hebben voor privacy, slaap en mentaal welzijn. Een omvangrijk onderzoek onder ruim vijfduizend Italiaanse scholieren wijst nu ook op een verband tussen vroege toegang tot sociale media en lagere schoolprestaties.

Leerlingen die op elf- of twaalfjarige leeftijd een persoonlijk account openden, scoorden enkele jaren later gemiddeld lager voor wiskunde en Italiaans dan leerlingen die wachtten tot hun veertiende of vijftiende. Het verschil liep bij sommige toetsen op tot het equivalent van ongeveer zes maanden onderwijs.

Onderzoekers volgden prestaties gedurende meerdere schooljaren

De studie verscheen in het wetenschappelijke tijdschrift Nature Human Behaviour. De onderzoekers combineerden vragenlijsten over het digitale mediagebruik van 5.227 leerlingen uit Noord-Italië met hun resultaten op gestandaardiseerde toetsen voor Italiaans, Engels en wiskunde. Daarbij keken zij niet alleen naar de cijfers die leerlingen na het openen van een account behaalden. Ook eerdere schoolprestaties, de opleiding van de ouders, de gezinssamenstelling en de sociaaleconomische achtergrond werden meegenomen.

Leerlingen die in de zesde of zevende klas van het Italiaanse schoolsysteem met sociale media begonnen, bleken later bijna overal slechter te presteren dan vergelijkbare leerlingen die pas vanaf de negende klas een persoonlijk account openden. De verschillen waren het duidelijkst bij wiskunde en Italiaans.

“Our research shows that at least during pre-adolescence, these social media are problematic.” — Dr. Marco Gui, Universiteit Milano-Bicocca, via The Guardian

Opvallend genoeg werd bij Engels geen vergelijkbare achterstand gevonden. De onderzoekers noemen als mogelijke verklaring dat jongeren via sociale media juist veel Engelstalige berichten, video’s, muziek en andere content tegenkomen. Die informele blootstelling zou een deel van het negatieve effect kunnen compenseren. Deze verklaring is echter nog niet afzonderlijk onderzocht en moet volgens de wetenschappers als een hypothese worden gezien.

Niet alleen schermtijd, maar vooral voortdurend controleren

Het onderzoek maakt duidelijk dat niet uitsluitend het totale aantal uren achter een scherm bepalend is. Een van de sterkste aanwijzingen voor slechtere prestaties was hoe vaak leerlingen gedurende de dag en avond hun telefoon controleerden. Sociale media zorgen voor een vrijwel permanente stroom van meldingen, berichten en nieuwe content. Zelfs wanneer een leerling huiswerk maakt, kan de verwachting dat er iets nieuws is verschenen al tot afleiding leiden. Iedere keer dat een kind een bericht controleert, moet de aandacht daarna opnieuw naar de leertaak worden verplaatst. Dat kan ten koste gaan van langdurige concentratie, het verwerken van complexe informatie en het onthouden van lesstof.

De onderzoekers spreken over de alomtegenwoordigheid van de smartphone. Dit omvat niet alleen de tijd die kinderen actief op een platform doorbrengen, maar ook het voortdurend beschikbaar zijn van die platforms tijdens het leren, eten, slapen en sociale contact met familie.

Volgens de studie kan deze permanente aanwezigheid tussen de 15 en 47 procent van het gevonden verband met lagere prestaties verklaren. Voor wiskunde leek de rol van voortdurend smartphonegebruik het grootst.

“The message is not necessarily to ban social media, but to support young people in developing healthy habits.” — Prof. Dennis Ougrin, Queen Mary University of London

Mogelijke verklaringen zijn minder tijd voor huiswerk, slechter slapen, multitasken en een lagere betrokkenheid bij activiteiten die langere concentratie vereisen. Ook lichamelijke beweging en contact binnen het gezin kunnen worden verdrongen door voortdurende online prikkels.

Zes maanden leerachterstand is geen klein verschil

De onderzoekers vergelijken het verschil tussen vroege en latere gebruikers met ongeveer een half schooljaar aan leerontwikkeling. Dat is aanzienlijk, zeker wanneer de achterstand gedurende meerdere jaren blijft bestaan of verder oploopt. Bij leerlingen die vroeg begonnen, bleef het verschil voor Italiaans later grotendeels aanwezig. Bij wiskunde werd de kloof op sommige momenten zelfs groter. Zij hadden daarnaast minder vaak een uitstekend eindcijfer, rapporteerden minder vertrouwen in hun eigen schoolvaardigheden en bleven iets vaker zitten. Het betekent niet dat ieder kind dat op jonge leeftijd TikTok of Instagram gebruikt automatisch slechte cijfers haalt. Ook zegt het onderzoek niets over individuele gevallen. Sommige kinderen kunnen sociale media doelgericht gebruiken om informatie op te zoeken, uitlegvideo’s te bekijken of contact te onderhouden met klasgenoten.

De resultaten wijzen vooral op een gemiddeld risico binnen een grote groep leerlingen. Dat risico lijkt groter te worden wanneer kinderen jong beginnen en sociale media voortdurend via een eigen smartphone gebruiken.

Verband is sterk, maar oorzaak nog niet volledig bewezen

Hoewel het onderzoek uitgebreider is dan veel eerdere studies, blijft voorzichtigheid nodig. Het is geen experiment waarbij willekeurig bepaalde kinderen wel en andere kinderen geen sociale media mochten gebruiken. Daardoor kunnen onbekende factoren een rol spelen. Kinderen die vroeg een account krijgen, groeien mogelijk op in gezinnen met andere regels, andere vormen van toezicht of andere gewoonten rond huiswerk en smartphones. Ook persoonlijke eigenschappen, zoals impulsiviteit, gevoeligheid voor afleiding of motivatie voor school, kunnen zowel het gebruik van sociale media als de toetsresultaten beïnvloeden.

Onderzoekers van het Britse Science Media Centre noemen de analyse sterk en robuust, maar waarschuwen dat er nog een stap zit tussen een stevig statistisch verband en het definitief bewijzen van een direct oorzakelijk effect.

“There remains a gap from stating this is a direct causal link.” — Dr. Simon White, University of Cambridge

De auteurs erkennen deze beperking zelf. Zij corrigeerden voor eerdere prestaties, ouderlijke opleiding en sociaaleconomische omstandigheden, maar konden niet iedere gezinssituatie of persoonlijkheidseigenschap meten. De correcte conclusie is daarom niet dat sociale media altijd lagere cijfers veroorzaken. Het onderzoek laat wel overtuigend zien dat vroeg beginnen samenhangt met een blijvende onderwijsachterstand en dat voortdurende smartphoneafleiding een aannemelijke verklaring vormt.

Leeftijdsgrenzen worden massaal genegeerd

De uitkomsten zijn extra relevant omdat veel kinderen een account openen voordat zij volgens de regels van platforms oud genoeg zijn. Bij de registratie wordt doorgaans gevraagd om een geboortedatum, maar een gebruiker kan die vaak zonder controle aanpassen. Daarmee ligt de verantwoordelijkheid in de praktijk grotendeels bij kinderen en ouders, terwijl platforms financieel belang hebben bij zoveel mogelijk actieve gebruikers. Verschillende landen proberen daarom strengere wettelijke leeftijdsgrenzen in te voeren. Australië stelde in december 2025 als eerste land een breed verbod in op sociale-media-accounts voor kinderen onder de zestien jaar.

De eerste resultaten laten echter zien hoe moeilijk zo’n verbod te handhaven is.

Drie maanden na de invoering gebruikte nog altijd meer dan 81 procent van de Australische kinderen tussen tien en vijftien jaar minstens één platform waarop de leeftijdsgrens van toepassing was. Voor het verbod was dat bijna 86 procent. Ook het dagelijkse gebruik veranderde nauwelijks. Voor de invoering gebruikte ongeveer 60 procent van de ondervraagde jongeren dagelijks sociale media. Daarna was dat nog altijd ongeveer 58 procent. Ongeveer de helft van de kinderen die hun account behielden, meldde dat het platform hun leeftijd helemaal niet had gecontroleerd. Andere kinderen hadden op hun profiel een hogere leeftijd ingevuld of werden door het controlesysteem ten onrechte als zestien jaar of ouder beoordeeld.

Een verbod zonder controle verschuift het probleem

Het Australische voorbeeld maakt duidelijk dat een leeftijdsgrens alleen werkt wanneer platforms die daadwerkelijk uitvoeren. Een regel in de algemene voorwaarden heeft weinig waarde wanneer kinderen met een aangepaste geboortedatum alsnog binnen enkele minuten een account kunnen openen.

Onderzoek naar de Australische aanpak laat bovendien zien dat jongeren niet passief reageren op leeftijdscontroles. Zij testen hoe systemen werken, delen manieren om blokkades te omzeilen en zoeken alternatieve routes naar platforms. Technische leeftijdscontrole blijkt daardoor niet alleen een technisch vraagstuk, maar ook een sociaal en bestuurlijk probleem.

Een verbod kan daarnaast onbedoelde gevolgen hebben. In Australië daalde de kennis van ouders over het online gedrag van hun kinderen. Wanneer jongeren accounts heimelijk gebruiken, weten ouders mogelijk minder goed wat zij online meemaken en bij wie zij terechtkunnen bij cyberpesten, schadelijke content of ongewenst contact.

Ook verplaatste een deel van het gebruik zich naar berichtendiensten, online games en andere digitale omgevingen. De behoefte aan contact, entertainment en groepsvorming verdwijnt immers niet doordat één categorie platforms wordt verboden.

Platforms zijn bewust gebouwd om aandacht vast te houden

De discussie gaat daarom over meer dan de vraag welke leeftijd op een account moet staan. Sociale media zijn ontworpen om gebruikers zo lang en zo vaak mogelijk te laten terugkeren.

Automatisch afspelende video’s, oneindig scrollen, aanbevelingsalgoritmen, meldingen, streaks en zichtbare likes maken het moeilijk om vrijwillig te stoppen. Voor jonge gebruikers, van wie zelfcontrole en planningsvaardigheden nog in ontwikkeling zijn, kunnen deze mechanismen extra krachtig zijn. Het Italiaanse onderzoek lijkt deze bredere kritiek te ondersteunen. De omvang van de leerachterstand hing niet uitsluitend samen met het hebben van een account, maar vooral met de mate waarin de smartphone het dagelijks leven binnendrong. Daarmee verschuift de discussie van individuele discipline naar het ontwerp van de platforms. Het is niet redelijk om van een twaalfjarige te verwachten dat die zonder hulp weerstand biedt aan digitale diensten die professioneel zijn geoptimaliseerd om aandacht vast te houden.

Ouders en scholen kunnen nu al maatregelen nemen

Nieuwe wetgeving kan platforms uiteindelijk dwingen tot betere leeftijdscontrole en minder verslavende ontwerpen. Ouders en scholen hoeven daar echter niet volledig op te wachten. Het uitstellen van een persoonlijk account kan volgens het onderzoek al verschil maken. Daarnaast helpt het om sociale media niet tijdens het huiswerk, aan tafel of in de slaapkamer te gebruiken. Een telefoon die naast een schrift ligt, kan ook zonder actieve meldingen de aandacht opeisen. Daarom kan het effectiever zijn om het toestel tijdens het leren in een andere kamer te leggen dan alleen de stille modus in te schakelen.

Scholen kunnen duidelijke, voorspelbare regels invoeren voor telefoongebruik tijdens lessen en pauzes. Ouders kunnen gezamenlijk afspraken maken, zodat één kind niet het gevoel krijgt als enige buiten een online groep te vallen.

Ook digitale opvoeding blijft belangrijk. Kinderen moeten niet alleen leren welke informatie betrouwbaar is, maar ook herkennen hoe meldingen, algoritmen en aanbevelingen hun aandacht sturen.

Geen simpele keuze tussen vrijheid en verbieden

Het debat over kinderen en sociale media wordt vaak voorgesteld als een keuze tussen een totaalverbod en volledige vrijheid. Het nieuwe onderzoek laat zien dat een effectievere aanpak waarschijnlijk uit meerdere onderdelen moet bestaan. Een leeftijdsgrens kan jonge kinderen beschermen, maar alleen wanneer platforms verantwoordelijk worden gehouden voor de uitvoering. Daarnaast zijn minder opdringerige platformontwerpen, duidelijke regels thuis en op school, betere mediawijsheid en aandacht voor slaap en concentratie nodig.

Het doel hoeft niet te zijn om jongeren volledig van de online wereld af te sluiten. Sociale media kunnen ook creativiteit, contact, informatie en gemeenschapsvorming bieden.

De belangrijkste waarschuwing uit het onderzoek is dat het moment waarop kinderen beginnen ertoe doet. Wie op elf- of twaalfjarige leeftijd toegang krijgt tot een persoonlijk account, kan jarenlang worden blootgesteld aan afleiding op een moment waarop belangrijke leergewoonten nog worden ontwikkeld. Een vinkje bij een verzonnen geboortedatum lijkt misschien onschuldig. De mogelijke gevolgen voor concentratie, slaap en schoolprestaties zijn dat niet.

MamaSue

Mama Sue schrijft en is vooral mama van.