‘Kinderen en ouders willen een sociale media verbod’

‘Campagne over mentale impact van sociale media’
Er is steeds meer maatschappelijke discussie over het smartphone- en socialmediagebruik onder jongeren. Opvallend is dat de zorgen niet alleen van volwassenen komen, maar ook van de jongeren zelf. Uit recent onderzoek van UNICEF Nederland blijkt dat twee derde van de jongeren tussen de 10 en 18 jaar voorstander is van een verbod op sociale media.
Grote zorgen over sociale media onder jongeren
Suzanne Laszlo, directeur van UNICEF Nederland, benadrukt dat deze signalen serieus genomen moeten worden. Jongeren geven aan dat ze bescherming nodig hebben tegen de negatieve effecten van sociale media. Die verantwoordelijkheid ligt volgens hen niet alleen bij henzelf, maar ook bij ouders en de overheid.
Uit het onderzoek blijkt dat jongeren apps als Instagram, TikTok en Snapchat als verslavend, onveilig en schadelijk ervaren. Zij benoemen een negatieve invloed op hun mentale gezondheid en geven aan liever buiten te spelen dan tijd door te brengen op hun telefoon. Ze missen echte sociale interactie.
Dubbel gevoel bij sociale media
Ondanks de negatieve aspecten zien jongeren ook positieve kanten van sociale media. Zo geeft 64 procent aan vaak te moeten lachen om video’s en zegt 53 procent dat sociale apps hen helpen tegen verveling. Tegelijkertijd ervaren ze nadelen als overmatige reclame (50 procent), eindeloos scrollen (47 procent), nepnieuws (22 procent) en schokkende beelden (21 procent).
Volgens Laszlo is er sprake van een duidelijke oproep tot betere online bescherming. Jongeren vragen onder andere om een leeftijdsgrens voor sociale media en maatregelen tegen overmatig gebruik.
Advies aan ouders: ga in gesprek en stel grenzen
UNICEF raadt ouders aan om in gesprek te gaan met hun kinderen over hun mediagebruik en hun wensen en zorgen serieus te nemen. Tewatha Muller van Bureau Jeugd en Media adviseert daarnaast om alternatieven aan te bieden, zoals boeken, podcasts of creatieve activiteiten. Ook het maken van duidelijke afspraken over schermtijd en appgebruik kan helpen. Tot slot benadrukt zij het belang van ouderlijke betrokkenheid bij het huiswerk, het slaapritme en het fysieke smartphonegebruik van kinderen.



