“Ik zou best willen betalen voor het ‘oude’ Twitter”

Met Facebook heb ik weinig op: goed voor kunstenaars en andere beelddenkers, maar ook te veel baby’s, honden en taarten. Voor Instagram en Snapchat ben ik vermoedelijk te oud, want ik snap de lol er niet van. Maar Twitter, dat is helemaal mijn sociale medium.
Eh, Twitter, dat is toch dat open riool, waar brave huisvaders BN’ers bedreigen als die zich uitspreken tegen Zwarte Piet of voor een genderneutrale HEMA? En waar steeds meer Twitteraars van het eerste uur vrijwillig vertrekken, omdat ze zich er niet meer veilig voelen?
Jazeker, dat is Twitter! Maar ik ken het ook als hangplek voor gelijkgestemden, die jaren in het café of op Tinder zouden moeten doorbrengen om zo veel mensen met hetzelfde gevoel voor humor en identieke zeldzame hobby’s om zich heen te verzamelen. Waar het gemeenschappelijk kijken naar en bespreken van tv-programma’s als Heel Holland Bakt of het Eurovisie Songfestival pas echt leuk wordt. En dat in het eerste halfuur na een aanslag of een natuurramp, voordat de officiële media zijn gearriveerd, waardevolle burgerjournalistieke informatie biedt. Daarna moet je weg wezen, want een beproefde Twitterwet wil dat in de daaropvolgende uren het medium vooral desinformatie genereert en rond pompt.
Pomp
Ik heb Twitter ook wel eens beschreven als ‘de dorpspomp van de macht’. Een aanzienlijk deel van de gebruikers is beroepsmatig of anderszins geïnteresseerd in sociale en politieke beïnvloeding. Er zijn maar weinig politici of mensen uit de media die niet op z’n minst passief gebruik maken van dit sociale medium.
