‘ AI heeft geen hypeprobleem, maar een vertrouwensprobleem ‘

AI-chatbot Claude van Anthropic krijgt geheugenfunctie

AI-chatbot Claude van Anthropic krijgt geheugenfunctie

De groeiende weerstand tegen kunstmatige intelligentie komt volgens Anthropic-topman Dario Amodei niet vooral door sombere waarschuwingen over AI. Het probleem zit dieper: mensen vertrouwen technologiebedrijven, overheden en grote instituties steeds minder.

Amodei reageert daarmee op kritiek dat AI-bedrijven zelf bijdragen aan een negatief beeld van kunstmatige intelligentie door voortdurend te waarschuwen voor risico’s. Volgens hem ligt de werkelijke uitdaging niet bij de communicatie, maar bij het gebrek aan tastbare resultaten voor de samenleving.

Wantrouwen richting AI groeit

Investeerder Gavin Baker stelde dat waarschuwingen van Amodei en andere AI-bestuurders mede verantwoordelijk zijn voor de groeiende weerstand tegen AI in de Verenigde Staten. Vooral datacenters en de enorme hoeveelheid energie en infrastructuur die daarvoor nodig is, liggen steeds vaker onder vuur. Amodei erkent dat het publieke sentiment rond AI negatiever is geworden. Maar volgens hem is AI slechts het nieuwste onderwerp waarop een veel oudere vertrouwenscrisis zichtbaar wordt.

Mensen vragen zich steeds vaker af wie uiteindelijk profiteert van technologische vooruitgang. Grote beloftes van bedrijven zijn daarbij niet langer voldoende om vertrouwen te winnen.

Grote AI-beloftes moeten werkelijkheid worden

Juist daar ziet Amodei een belangrijke verantwoordelijkheid voor bedrijven zoals Anthropic. De AI-sector heeft volgens hem nog onvoldoende bewezen dat de technologie daadwerkelijk grote maatschappelijke voordelen oplevert.

AI-bedrijven spreken regelmatig over medische doorbraken, hogere productiviteit, wetenschappelijke ontdekkingen en oplossingen voor maatschappelijke problemen. Maar zolang veel van die voordelen vooral toekomstscenario’s blijven, kan het publiek sceptisch blijven.

Amodei gebruikt daarbij een duidelijk voorbeeld. Vertellen dat AI ooit kanker kan genezen is inmiddels bijna een cliché geworden. Het vertrouwen verandert volgens hem pas echt wanneer AI daadwerkelijk helpt om zulke doorbraken te realiseren. Daarmee verschuift de discussie van storytelling naar bewijs. Niet de beste AI-marketing wint uiteindelijk het vertrouwen, maar aantoonbare maatschappelijke waarde.

Regulering hoeft innovatie niet af te remmen

Ook over regulering neemt Amodei een genuanceerde positie in. Hij verwerpt het idee dat er alleen gekozen kan worden tussen volledig vrije AI-ontwikkeling of strenge regelgeving die de macht juist bij enkele grote technologiebedrijven concentreert. Volgens hem heeft AI van zichzelf al de neiging om macht te concentreren. Voor het trainen en exploiteren van de krachtigste modellen zijn enorme hoeveelheden chips, rekenkracht, data en kapitaal nodig.

Goede regelgeving zou volgens Amodei daarom meerdere doelen tegelijkertijd moeten dienen: risico’s rond bijvoorbeeld cybersecurity en biologische toepassingen beperken, de macht van grote AI-bedrijven begrenzen en tegelijkertijd ruimte houden voor kleinere partijen en open modellen.

De discussie over AI lijkt daarmee een nieuwe fase in te gaan. De vraag wordt minder of AI indrukwekkend genoeg is en steeds vaker of bedrijven kunnen aantonen dat de technologie mensen daadwerkelijk helpt. Voor de AI-sector ligt daar waarschijnlijk een van de belangrijkste opdrachten voor de komende jaren: vertrouwen verdienen door resultaten te leveren.

 

R.J. Hoeffnagel

Schrijft op het randje van ICT - social - marketing AI - en alles wat we t(r)endentieus achten. Ik deed dat ooit voor veel techmagazines.