VS wil Chinese apparatuur uit datacenters weren vanwege groeiende zorgen over AI en spionage

Stijgende energieprijzen brengen AI en datacenters in het vizier

De Verenigde Staten werken aan nieuwe regels om Chinese apparatuur uit Amerikaanse datacenters te weren. Daarmee wil de regering voorkomen dat belangrijke digitale infrastructuur afhankelijk blijft van technologie die mogelijk kan worden misbruikt voor spionage, sabotage of toegang op afstand. De conceptmaatregel past binnen een bredere Amerikaanse campagne om Chinese technologie uit strategische sectoren te verwijderen. Eerder werden al beperkingen aangekondigd voor onder meer Chinese humanoïde robots en omvormers voor energiesystemen. Nu richten Amerikaanse beleidsmakers hun aandacht op de fysieke infrastructuur achter kunstmatige intelligentie.

Datacenters vormen het hart van de AI-economie

Datacenters bevatten grote hoeveelheden servers, opslagsystemen, netwerkapparatuur en installaties voor energievoorziening en koeling. Ze worden gebruikt om AI-modellen te trainen, digitale diensten aan te bieden en enorme hoeveelheden gegevens te verwerken. Juist omdat deze gebouwen steeds belangrijker worden voor economie, overheid en nationale veiligheid, kijkt Washington kritischer naar de herkomst van de gebruikte onderdelen. Chinese componenten zouden volgens Amerikaanse functionarissen een risico kunnen vormen wanneer fabrikanten op afstand toegang hebben tot apparaten of wanneer verborgen kwetsbaarheden in de apparatuur aanwezig zijn.

De mogelijke beperkingen kunnen betrekking hebben op netwerkrouters, switches, servers, opslagsystemen en chips waarmee apparatuur wordt beheerd.

“Wie controle wil houden over kunstmatige intelligentie, moet volgens Washington ook controle houden over de machines waarop die AI wordt gebouwd.”

De gedachte achter het beleid is dat de Verenigde Staten bij de ontwikkeling van strategische AI-systemen niet afhankelijk willen zijn van technologie uit een concurrerende grootmacht.

Omzeilen van verbod wordt belangrijk probleem

Het opstellen van een effectief verbod is ingewikkeld. Chinese onderdelen worden niet altijd rechtstreeks door een Chinese fabrikant verkocht. Apparatuur kan via tussenhandelaren, dochterondernemingen of andere merknamen op de Amerikaanse markt terechtkomen.

De Amerikaanse overheid moet daarom niet alleen bepalen welke apparaten worden verboden, maar ook hoe de herkomst van onderdelen wordt gecontroleerd. Zonder duidelijke regels kunnen leveranciers producten opnieuw labelen of via buitenlandse vestigingen blijven aanbieden.

Ook de vervanging van bestaande apparatuur kan lastig en kostbaar worden. Amerikaanse datacenters maken op sommige plaatsen nog gebruik van Chinese netwerk-, opslag- en energiecomponenten. Voor bepaalde apparaten zijn bovendien niet altijd voldoende betaalbare alternatieven beschikbaar.

Een snelle uitsluiting van Chinese technologie kan daardoor leiden tot hogere investeringskosten, vertragingen bij de bouw van datacenters en problemen met de beschikbaarheid van apparatuur.

Technologische strijd tussen China en de VS groeit

De mogelijke maatregel is onderdeel van een bredere technologische machtsstrijd. De Verenigde Staten beperken al langer de export van geavanceerde chips en productiemachines naar China. Daarmee willen zij voorkomen dat China de modernste halfgeleiders gebruikt voor krachtige AI-systemen en militaire toepassingen. China probeert ondertussen minder afhankelijk te worden van Amerikaanse technologie. Chinese bedrijven en onderzoeksinstellingen investeren in eigen chips, datacenters en AI-modellen. Zo werd onlangs een groot Chinees datacenter gebouwd zonder apparatuur van de Amerikaanse chipfabrikant Nvidia.

Beijing heeft daarnaast gedreigd met tegenmaatregelen tegen Amerikaanse technologiebeperkingen. China heeft een sterke positie op het gebied van zeldzame aardmetalen, die noodzakelijk zijn voor de productie van chips, elektronica, batterijen en defensiematerieel. De nieuwe Amerikaanse regels zijn nog niet definitief. Ook is nog niet duidelijk welke Chinese apparaten precies op de zwarte lijst komen te staan. De richting is echter duidelijk: zowel de Verenigde Staten als China willen steeds meer controle krijgen over hun volledige AI-keten, van chips en software tot servers, energievoorziening en datacenters.

Hierdoor dreigt de wereldwijde technologiesector verder uiteen te vallen in afzonderlijke Amerikaanse en Chinese ecosystemen. Dat kan de veiligheid vergroten, maar tegelijkertijd leiden tot hogere kosten, minder concurrentie en complexere internationale productieketens.

R.J. Hoeffnagel

Schrijft op het randje van ICT - social - marketing AI - en alles wat we t(r)endentieus achten. Ik deed dat ooit voor veel techmagazines.