Onderzoek UvA: ‘Notificaties uitzetten vermindert smartphonegebruik niet’

Mensen die hun smartphone-meldingen uitzetten, gebruiken hun telefoon niet minder. En TikTok-gebruikers die hun persoonlijk algoritme uitschakelen, verliezen hun interesse in de app, maar missen tegelijkertijd datgene wat het platform aantrekkelijk maakt. Dit blijkt uit promotieonderzoek van communicatiewetenschapper Cynthia Dekker aan de UvA. Ze promoveert op dinsdag 26 mei.
Voor haar proefschrift onderzocht Dekker hoe ontwerpkeuzes van social media en smartphones bijdragen aan overmatig gebruik en of gebruikers zichzelf daartegen kunnen wapenen met digitale welzijnsfuncties: zoals schermtijdlimieten of het uitzetten van notificaties. De conclusie: zulke hulpmiddelen werken vaak minder goed dan gedacht.
‘Platforms zijn ontwikkeld om mensen zo lang mogelijk erop te houden’, zegt Dekker. ‘Maar ze bieden ook steeds meer functies aan waarmee gebruikers hun gebruik kunnen beperken.’
In een van de onderzoeken zetten deelnemers een week lang alle smartphone-notificaties uit. Niet alleen geluiden, maar ook meldingen op het vergrendelscherm en andere banners verdwenen volledig. Toch veranderde hun telefoongebruik nauwelijks. ‘Ze pakten hun telefoon even vaak en even lang’, aldus Dekker. ‘Wat wel toenam, was het gevoel dat ze iets misten.’ Deelnemers pakten gemiddeld nog steeds 85 keer per dag hun telefoon en gebruikten de telefoon gemiddeld 5 uur per dag.
Nu is het vaak alles of niets: zoals personalisatie helemaal uit. Misschien moeten platforms juist subtielere vormen van afremming ontwerpen, zoals na een uur scrollen geen gepersonaliseerde feed meer
– UvA-communicatiewetenschapper Cynthia Dekker
Minder personalisatie
Ook onderzocht ze de invloed van TikToks gepersonaliseerde ‘For You’-feed. Deelnemers schakelden hun persoonlijke aanbevelingen uit kregen algemene, populaire video’s te zien. Dat had wel effect. Mensen gebruikten TikTok minder en dachten minder vaak aan de app. Maar er was een duidelijk nadeel. ‘Ze vonden TikTok meteen veel minder leuk’, zegt Dekker. ‘Negentig procent gaf daarom aan terug te willen keren naar hun gepersonaliseerde feed.’
In haar onderzoek keek Dekker niet alleen naar schermtijd, maar ook naar hoe gebruikers hun eigen gedrag ervaren. In onderzoek wordt dit perceived overuse genoemd: het gevoel dat je zélf te veel tijd doorbrengt op je smartphone of social media. ‘Wat ‘te veel’ is, verschilt per persoon’, zegt ze. ‘Iemand kan acht uur per dag op een telefoon zitten en daar prima mee leven, terwijl een ander zich al ongemakkelijk voelt bij twee uur.’
Problematisch gebruik
In Dekkers onderzoek gaf meer dan de helft van de deelnemers aan het gevoel te hebben te veel op hun telefoon te zitten. Hier spelen mogelijk ook maatschappelijke normen mee: doordat mensen voortdurend horen dat ze ‘te veel op hun telefoon zitten’, gaan ze hun eigen gebruik als problematisch zien. Volgens Dekker laat dit goed zien hoe ingewikkeld controle over je schermgebruik is. ‘Het is een afweging tussen controle en plezier. Mensen willen minder tijd kwijt zijn aan social media, maar ook niet de leuke content missen.’
De promotie van Dekker sluit aan bij een groeiende maatschappelijke discussie over de verantwoordelijkheid van techbedrijven. Europese regelgeving verplicht platforms inmiddels om gebruikers meer controle te geven over algoritmes en meldingen. Volgens Dekker zijn de huidige oplossingen nog te zwart-wit. ‘Nu is het vaak alles of niets, zoals personalisatie helemaal uit. Misschien moeten platforms juist subtielere vormen van afremming ontwerpen, zoals na een uur scrollen geen gepersonaliseerde feed meer. Ook zijn er nog veel functies die je nog helemaal niet uit kunt zetten, zoals de ‘infinite scroll’: de feed is een eindeloze stroom aan content, waardoor er geen natuurlijk punt is om te stoppen.’

