VPRO Tegenlicht: ‘Wie betaalt de rekening van de AI-bubble straks?’

img 699af4d40ae48

Een AI-bubbel lijkt aanstaande. De kernvraag is echter niet alleen óf er een crash komt, maar vooral wie de rekening betaalt als het misgaat. Volgens onderzoeksjournalist Thomas Bollen is de kans groot dat opnieuw de burger opdraait voor de kosten, zolang het huidige systeem van geldcreatie niet wordt aangepast. Sinds afgelopen zomer nemen de waarschuwingen voor een mogelijke financiële crash toe. Aanleiding zijn de explosief stijgende investeringen in AI-bedrijven, die volgens critici kenmerken vertonen van een klassieke zeepbel. Wanneer en waar die barst, blijft onzeker. Maar de onderliggende vraag is duidelijk: wie draagt uiteindelijk de gevolgen?

De crisis van 2008 als keerpunt

Thomas Bollen (1991) houdt zich al jaren bezig met deze vraag. Zijn interesse ontstond tijdens de financiële crisis van 2008, toen hij als stagiair werkte bij een internationaal accountantskantoor. Hij zag van dichtbij hoe de kosten van de crisis vooral bij burgers terechtkwamen, terwijl banken en financiële instellingen grotendeels werden ontzien.

Deze ervaring motiveerde hem om onderzoeksjournalist te worden. Bij Follow the Money onderzocht hij de rol van het geldstelsel zelf en hoe dat bijdraagt aan financiële ongelijkheid en instabiliteit.

Hoe geld wordt gecreëerd

Volgens Bollen is een belangrijk, maar vaak onderbelicht punt dat geld op verschillende manieren wordt gecreëerd. Enerzijds is er publiek geld, uitgegeven door de Europese Centrale Bank (ECB) in de vorm van bankbiljetten en munten. Anderzijds creëren commerciële banken privaat geld wanneer zij leningen verstrekken, zoals hypotheken. In recente jaren zijn daar ook cryptomunten bij gekomen, die eveneens privaat worden gecreëerd.

Dit betekent dat commerciële partijen een grote rol spelen in de hoeveelheid geld die in omloop komt, en daarmee in de structuur van de economie.

Publiek geld als reddingsboei voor private instellingen

Tijdens en na de crisis van 2008 werden Europese banken met publiek geld gered. Daarnaast creëerde de ECB tussen 2015 en 2022 ongeveer 5.000 miljard euro aan nieuw geld, dat grotendeels terechtkwam bij financiële instellingen en vermogende partijen.

Volgens Bollen heeft deze ontwikkeling geleid tot een afname van democratische controle over geldcreatie. Beslissingen over geldstromen liggen in toenemende mate bij centrale banken en financiële instellingen, in plaats van bij democratisch gecontroleerde organen.

Geld en democratie: een groeiend debat

Deze analyse vormt de kern van Bollens boek Geld genoeg, maar niet voor jou en projecten zoals de interactieve kaart Het waterwerk van ons geld, gemaakt in samenwerking met kunstenaar Carlijn Kingma en burgerinitiatief Ons Geld.

De centrale vraag die nu opnieuw speelt, is of overheden bij een volgende crisis opnieuw banken, AI-bedrijven of cryptogerelateerde financiële instellingen zullen redden. Of ontstaat er een moment om het systeem te hervormen en de publieke invloed op geldcreatie te versterken?

In dit debat speelt de digitale euro een belangrijke rol. Dit voorstel van de ECB wordt de komende maanden besproken in het Europees Parlement en geldt als een van de meest controversiële financiële dossiers. Critici, waaronder extreemrechtse partijen, waarschuwen voor risico’s op het gebied van controle en privacy. Tegelijkertijd pleiten economen zoals Thomas Piketty voor een sterke publieke digitale euro, als middel om de Europese financiële soevereiniteit te versterken en de stabiliteit van het financiële systeem te vergroten. De discussie over geldcreatie raakt daarmee aan fundamentele vragen over macht, democratie en economische rechtvaardigheid. De manier waarop Europa deze keuzes maakt, zal bepalen wie in toekomstige crises beschermd wordt en wie de rekening betaalt.

De reacties tonen een breed spectrum aan opvattingen over het huidige financiële systeem, centrale banken, CBDC’s (Central Bank Digital Currency) en alternatieve vormen van geld. Overwegend overheerst wantrouwen richting banken, overheden en centrale monetaire autoriteiten. Veel respondenten uiten zorgen over mogelijke machtsconcentratie, controle over individueel financieel gedrag en de gevolgen van programmeerbaar digitaal geld. Tegelijkertijd zijn er ook enkele genuanceerde of positieve geluiden die wijzen op mogelijke voordelen van hervorming van het geldsysteem of op de noodzaak van een open maatschappelijk debat.

(Kijkers)reactie:

1. Wantrouwen in banken en het huidige financiële systeem

  • Banken worden gezien als instellingen die profiteren ten koste van burgers.

  • Kritiek op geldcreatie door commerciële banken en de perceptie dat verliezen worden gesocialiseerd en winsten geprivatiseerd.

  • Het huidige systeem wordt door sommigen als corrupt of structureel oneerlijk ervaren.

  • Er is frustratie over bankreddingen en vermeende afwezigheid van verantwoordelijkheid.

2. Zorgen over CBDC en programmeerbaar geld

Veel reacties benoemen mogelijke risico’s en controlemechanismen die technisch mogelijk zijn met programmeerbaar geld, zoals:

  • Beperkingen op bestedingen (bijvoorbeeld quota op bepaalde producten).

  • Automatische inhouding van boetes of belastingen.

  • Mogelijkheid tot negatieve rente of vervaldatum op geldtegoeden.

  • Gedetailleerde monitoring van transacties door autoriteiten.

  • Vergrote machtsconcentratie bij centrale banken of overheden.

3. Angst voor toegenomen overheidscontrole en machtsconcentratie

  • Vrees dat CBDC’s kunnen leiden tot meer centrale controle over individuen.

  • Zorg over wie verantwoordelijk wordt voor beleid en toezicht op digitaal geld.

  • Kritiek op niet-gekozen technocraten en centrale banken die belangrijke economische beslissingen nemen.

  • Vergelijkingen met andere landen waar digitale betaalinfrastructuur wordt gekoppeld aan controlemechanismen.

4. Pleidooien voor alternatieve monetaire systemen

Er worden verschillende alternatieven genoemd:

  • Terugkeer naar de goudstandaard om geldcreatie te beperken.

  • Gebruik van edelmetalen als waardevast alternatief.

  • Ondersteuning voor cryptovaluta, met name Bitcoin, vanwege decentralisatie.

  • Idee dat geld zijn waarde moet ontlenen aan schaarste en niet onbeperkt gecreëerd kan worden.

5. Kritiek op inflatie en geldcreatie

  • Inflatie wordt gezien als een indirecte belasting, vooral nadelig voor lagere inkomensgroepen.

  • Perceptie dat monetair beleid bijdraagt aan vermogensongelijkheid.

  • Kritiek op langdurig lage rente en monetair verruimingsbeleid.

6. Oproep tot meer transparantie en maatschappelijk debat

  • Er is behoefte aan betere uitleg en publieke discussie over hoe het financiële systeem werkt.

  • Sommige respondenten waarderen dat het onderwerp onder de aandacht wordt gebracht.

  • Interesse in diepgaande documentaires en educatieve informatie.

7. Verdeelde meningen over CBDC en rol van centrale banken

  • Sommige respondenten zien CBDC als kans om afhankelijkheid van commerciële banken te verminderen.

  • Anderen zien het als verplaatsing van macht van commerciële banken naar centrale autoriteiten zonder fundamentele oplossing.

  • Er is erkenning dat zowel het huidige systeem als mogelijke alternatieven risico’s en voor- en nadelen kennen.

redactie

Redactie Nieuws.Marketing; wij bestaan uit digital en online marketeers, communciatieprofs, onderzoekers en tech plus AI-marketing experts.