[VIDEO] Sir Ken Robinson: ‘Scholen doden de creativiteit!’

Wijlen Sir Ken Robinson – overleden in 2020 – was een Britse auteur, spreker en adviseur op het gebied van kunstonderwijs voor overheden, non-profitorganisaties, onderwijs- en culturele instellingen. Hij staat vooral bekend als internationaal expert en voorvechter van creativiteit en innovatie in het onderwijs en het bedrijfsleven. In februari 2006 hield hij op de TED-conferentie in Californië een inleiding over de noodzaak van creativiteit in het onderwijs die uitgroeide tot de best bekeken ‘TED-talk’: ‘Scholen doden de creativiteit’. 

Goedemorgen. Hoe gaat het? Geweldig hier, vind je niet? Ik ben overdonderd. Weet je wat? Ik vertrek.  Er kwamen drie thema’s in deze conferentie aan bod die relevant zijn voor wat ik wil vertellen. Eén is het buitengewone bewijs van de menselijke creativiteit in alle presentaties die we zagen en in alle mensen hier. Alleen al de verscheidenheid en het bereik ervan. Een tweede is dat het ons op een plek zet waar we geen idee hebben wat de toekomst brengt. Geen idee op wat dit zal uitdraaien.

Mijn interesse ligt bij onderwijs — in feite merk ik dat iedereen interesse heeft in onderwijs. Vind je niet? Ik vind dit zeer interessant. Als je op een etentje vertelt dat je in het onderwijs werkt — Hoewel, dat gebeurt niet zo vaak als je in het onderwijs werkt …  … je wordt niet uitgenodigd. En je wordt vreemd genoeg nooit teruggevraagd. Maar als je wel teruggevraagd wordt en ze vragen je: “Wat doe je?” en je zegt dat je in het onderwijs werkt dan zie je hun gezichten wit wegtrekken:

Oh mijn God, waarom ik? Mijn enig avondje uit deze week.

Vraag hen niet over hún onderwijs, dan nágelen ze je aan de muur. Het is iets dat mensen raakt. Heb ik gelijk? Zoals religie en geld en andere dingen. Ik ben erg geïnteresseerd in onderwijs en ik denk wij allemaal. We hebben er enorm veel belang bij.

Deels omdat onderwijs ons naar een ongrijpbare toekomst moet brengen. Als je erover nadenkt: kinderen die dit jaar met school beginnen gaan in 2065 met pensioen. Niemand heeft een idee— ondanks alle expertise die we de afgelopen vier dagen hebben gezien— hoe de wereld eruit ziet over vijf jaar. Toch moeten wij hen daarvoor opleiden. De onvoorspelbaarheid is buitengewoon.

Het derde deel is dat we het allen toch eens zijn over de werkelijk bijzondere capaciteiten van kinderen, hun vermogen voor innovatie. Sirena gisteravond was een wonder. Om te zien wat ze klaarspeelde. Ze is uitzonderlijk, maar voor mij niet uitzonderlijk voor een kind. Ze is een persoon met bijzondere toewijding die een talent heeft gevonden. Volgens mij hebben álle kinderen fantastische talenten en wij verkwanselen ze. Behoorlijk genadeloos. Ik wil het dus hebben over onderwijs en ik wil het hebben over creativiteit. Ik vind dat creativiteit in het onderwijs net zo belangrijk is als leren lezen en we moeten het met dezelfde status behandelen. (Applaus) Dank je. Trouwens, dat was het. Heel erg bedankt.  Zo, nog 15 minuten over.  Ik werd geboren… Nee.

Laatst hoorde ik een goed verhaal over een meisje van zes dat tekenles kreeg. Ze zat achterin en tekende. De lerares zei dat dit kleine meisje bijna nooit oplette… maar in de tekenles deed ze dat wel. De lerares was gefascineerd en ging naar haar toe en ze vroeg: “Wat teken je?” Het meisje antwoordde: “Ik maak een tekening van God.” De lerares zei: “Maar niemand weet hoe God eruit ziet.” Het meisje antwoordde: “Zometeen wel.”

Toen mijn zoon vier was, in Engeland— eigenlijk was hij overal vier, om eerlijk te zijn.Om precies te zijn: waar hij ook ging, hij was vier dat jaar. Hij zat in het kerst-toneelstuk. Herinner je je het verhaal?   Nee echt, enorm verhaal. Mel Gibson deed het vervolg. Dat heb je misschien gezien: Nativity II. James speelde Jozef en daar waren we opgewonden over. Wij zagen dit als een van de belangrijkste rollen. We hadden de zaal tjokvol met aanhangers in T-shirts: ‘James Robinson ís Jozef!’  Hij hoefde niets te zeggen. Je weet dat de drie wijzen binnenkomen met geschenken: goud, wierook en mirre. Dit is waar gebeurd. We zaten daar en ik denk dat ze gewoon de volgorde kwijt raakten. We spraken het jongetje na afloop: “Was het oké voor jou?” Hij zei: “Ja. Waarom? Was het fout?” De drie jongens kwamen binnen, vierjarigen met theedoeken op hun hoofden, en zetten die dozen neer. De eerste jongen zei: “Ik breng u goud.” De tweede jongen zei: “Ik breng u mirre.” De derde jongen zei: “Frank stuurde dit.” [frankincense=wierook]

Wat was er gemeenschappelijk? Kinderen nemen risico’s. Als ze het niet weten, gaan ze er gewoon voor. Heb ik gelijk? Ze zijn niet bang om fouten te maken. Ik bedoel niet dat fout zijn hetzelfde is als creatief zijn. Wat we wel weten is dat als je niet bereid bent fouten te maken, je nooit met iets origineels komt. Als je geen fouten durft te maken. Tegen de tijd dat ze volwassenen zijn, hebben de meeste kinderen dat vermogen verloren. Ze zijn bang geworden om fouten te maken. Zo leiden we ook onze bedrijven. Wij stigmatiseren fouten. Nu leiden we nationale onderwijssystemen waar fouten de ergste dingen zijn die je kunt maken. Het resultaat is dat we mensen uit hun creatieve vermogen onderwijzen. Picasso zei ooit dat alle kinderen als artiest worden geboren. De kunst is artiest te blijven als we opgroeien. Ik geloof dit met passie: we groeien niet naar creativiteit toe, we groeien er uit. Of liever, we worden er uit onderwezen. Waarom is dit?

Ik woonde in Stratford-on-Avon tot ongeveer vijf jaar geleden. In feite verhuisden we van Stratford naar Los Angeles. Kun je je voorstellen wat een naadloze overgang dat was? We woonden in Snitterfield, net buiten Stratford, waar Shakespeares vader geboren werd. Voor mij was dat een nieuwe gedachte: ik dacht er nooit aan dat Shakespeare een vader had. Jij wel? We denken nooit aan Shakespeare als kind. Shakespeare als zevenjarige? Ik heb er nooit over nagedacht. Hij is ooit zeven geweest en iemand moest hem taalles geven. Hoe vervelend zou dát zijn?  “Beter je best doen!” Naar bed gestuurd worden door zijn vader: “Ga naar bed, nú”, Tegen William Shakespeare: “En leg het potlood neer. Stop met zo te praten. Het verwart iedereen.”

We verhuisden dus van Stratford naar Los Angeles. Ik wil iets zeggen over de overgang. Mijn zoon wilde niet meekomen. Ik heb twee kinderen. Hij is nu 21, mijn dochter is 16. Hij wilde niet naar Los Angeles komen. Hij hield ervan, maar hij had een vriendin in Engeland. Ze was de liefde van zijn leven, Sarah. Hij kende haar een maand.   Ze vierden hun relatie al een vierde keer, het is een lange tijd als je 16 bent. Hij was echt van streek in het vliegtuig: “Ik zal nooit een ander meisje zoals Sarah vinden.” Daar waren we behoorlijk blij mee, eerlijk gezegd,) …zij was de belangrijkste reden dat we het land verlieten.

Wat opvalt als je naar Amerika verhuist of de wereld over reist: elk onderwijssysteem op aarde heeft dezelfde hiërarchie van onderwerpen. Het maakt niet uit waar je heen gaat. Je zou iets anders verwachten. Bovenaan staan wiskunde en talen, dan de geesteswetenschappen en onderaan staan de kunsten. Overal op aarde. En in bijna elk systeem is er een hiërarchie binnen de kunsten. Kunst en muziek krijgen normaal een hogere status op scholen dan drama en dans. In geen enkel onderwijssysteem op de planeet leren kinderen elke dag dans zoals we ze wiskunde leren. Waarom? Waarom niet? Ik denk dat dit belangrijk is. Wiskunde is belangrijk, maar dans ook. Kinderen dansen als ze de kans krijgen. Dat doen we allemaal. We hebben allemaal lichamen, nietwaar? Heb ik iets gemist?  In realiteit beginnen we opgroeiende kinderen op te leiden van hun middel af omhoog. Dan richten we ons op hun hoofden. Lichtjes naar één kant.

Als een buitenaards wezen een opleiding bezoekt en vraagt: “Waartoe dient openbare scholing?” Als je kijkt naar de resultaten: wie is er echt succesvol? Wie doet alles wat ze behoren te doen? Wie krijgt de beloning? Wie zijn de winnaars? Dan moet je concluderen dat het hele doel van openbare scholing wereldwijd is: universitaire professoren produceren. Nietwaar? Zij komen er als de toppers uit. Ik was er zelf een, dus je ziet…  Ik mag de universitaire professoren, maar je moet ze niet zien als het summum van wat de mens kan bereiken. Ze zijn gewoon een levensvorm. Een andere vorm van leven. Ze zijn nogal vreemd en dat zeg ik uit genegenheid. Er is iets opmerkelijks aan professoren niet allemaal, maar typisch: ze leven in hun hoofden. Ze leven hierboven en licht naar één kant. Ze hebben, haast letterlijk, geen lichaam. Ze zien hun lichaam als een manier van transport voor hun hoofden. Het dient om hun hoofden naar vergaderingen te brengen.

 

Als je echt bewijs zoekt van buitenlichamelijke ervaringen, ga dan eens naar een plaatselijke conferentie van oudere academici, en bezoek de discotheek op de laatste avond.  Daar zul je het zien: volwassen mannen en vrouwen die ongecontroleerd kronkelen, uit de maat, wachtend tot het ophoudt zodat ze er thuis een rapport over kunnen schrijven!

Patrick Petersen

Patrick Petersen RDM MA MSc is expert in AI, marketing en digitale innovatie. Als spreker, docent, onderzoeker en prijswinnend auteur helpt hij organisaties groeien met slimme combinaties van technologie, data en creativiteit. Hij schrijft onder meer voor MarketingReport, Adformatie en MarketingTribune en geldt als AI-, retail- en marketingexpert voor media als De Telegraaf, Metronieuws en Distrifood. Zijn boeken, waaronder Handboek Online Marketing, Handboek.AI en GenAI voor Professionals, behoren tot de standaardwerken in het vakgebied.