IAB Europe ingesteld beroep: prejudiciële vragen aan Hof van Justitie EU #databeheer

img 6318cb8cb3202

 

Het Marktenhof heeft vandaag beslist om het Hof van Justitie van de Europese Unie prejudiciële vragen te stellen in het kader van het door IAB Europe ingestelde beroep tegen beslissing 21/2022 van de GBA. Deze zaak loopt al wat jaar. Legalnews.be schrijft er over in 2020: 

Het zogenaamde Transparency & Consent Framework van IAB Europe, kortweg TCF, is een standaard die binnen de online advertentiesector wordt gebruikt om toestemming te bekomen voor het plaatsen van cookies en andere trackers die het voor adverteerders mogelijk maken om websitebezoekers gerichte, gepersonaliseerde advertenties te tonen over verschillende websites heen op basis van hun surfgedrag,  online voorkeuren of profielinformatie.

TCF is ook de motor achter Real Time Bidding of RTB, waarmee adverteerders in “real time”, via geautomatiseerde veilingplatformen en in een fractie van enkele milliseconden kunnen bieden op een bepaalde advertentieruimte, op een bepaalde website die net op dat ogenblik bezocht wordt door iemand die binnen de doelgroep van de adverteerder valt.

In deze beslissing van de GBA werd onder andere vastgesteld dat IAB Europe verantwoordelijk was voor de verwerking van persoonsgegevens in het kader van het Transparency and Consent Framework (TCF), een wijdverspreid mechanisme dat het beheer van gebruikersvoorkeuren voor online gepersonaliseerde advertenties vergemakkelijkt. De GBA was van oordeel dat IAB Europe verantwoordelijk kon worden gesteld voor schendingen van de AVG. Zij legde IAB Europe ook een administratieve boete van 250.000 euro op.

Beroep

IAB Europe heeft beroep aangetekend tegen deze beslissing bij het Marktenhof (dat deel uitmaakt van het Hof van Beroep). Voordat het een uitspraak in deze zaak doet, heeft het Marktenhof besloten een aantal prejudiciële vragen te stellen aan het Hof van Justitie van de Europese Unie.

De vragen betreffen de status van IAB Europe als (gezamenlijke) verwerkingsverantwoordelijke, en de vraag of de “TC String” (een reeks numerieke tekens die de voorkeuren van de gebruiker weergeven) als persoonsgegeven kan worden beschouwd.

De GBA zal het arrest nu moeten analyseren, voordat zij zich meer in detail kan uitspreken over de inhoud ervan, maar ze is nu al verheugd over deze beslissing, die een verdere verduidelijking van de essentiële begrippen van de AVG mogelijk zal maken, zoals de definitie van het begrip “verwerkingsverantwoordelijke” en de toepasselijkheid daarvan voor ontwikkelaars van frameworks.

Hielke Hijmans, Voorzitter van de Geschillenkamer: “De zaak IAB Europe, waarover wij ons in februari hebben uitgesproken, heeft een impact die veel verder reikt dan België. Daarom vinden wij het goed dat de beslissing op Europees niveau wordt besproken, bij het Hof van Justitie van de EU.”

De beslissing van de GBA in het dossier IAB Europe heeft een belangrijke bijdrage geleverd aan de bescherming van de persoonlijke levenssfeer van internetgebruikers in Europa, door haar analyse van het mechanisme voor de registratie van gebruikersvoorkeuren voor online gepersonaliseerde advertenties. Zij zal het publiek bewuster maken van onlinereclame, en vooral van het mechanisme dat aan de basis ligt van de toestemming om gerichte advertenties te ontvangen. Ten slotte heeft de beslissing de gelegenheid geboden om goede praktijken en kennis tussen de verschillende Europese autoriteiten uit te wisselen, en heeft ze het belang en de doeltreffendheid van samenwerking op Europees niveau aangetoond.

De GBA zal in overleg met haar collega’s van de Europese Unie onderzoeken welke mogelijke volgende stappen zullen worden ondernomen.

 

 

 

 

R.J. Hoeffnagel

Schrijft op het randje van ICT - social - marketing AI - en alles wat we t(r)endentieus achten. Ik deed dat ooit voor veel techmagazines.